Naar hoofdinhoud

Artikel 5.2

Afschrijvingsmethoden

Onderdeel van Nota waarderings- en afschrijvingsbeleid 2019-2022

Het uitgangspunt voor afschrijving van activa is het toepassen van de lineaire methode. In voorkomende gevallen legt het college dit aan de raad voor. Hierna volgt uitleg over de drie mogelijke afschrijvingsmethoden.Lineaire afschrijving De meest voorkomende methode is die van de zogenaamde lineaire afschrijving: elk jaar wordt een vast percentage van de aanschafwaarde afgeschreven. Het afschrijvingsbedrag wordt bepaald door het investeringsbedrag te delen door de periode van afschrijving (ook wel looptijd genoemd). Bij deze methode vermindert de boekwaarde daardoor jaarlijks met een gelijk bedrag. De provincie heeft een voorkeur voor deze methode en wordt toegepast bij de afschrijvingen van activa.Annuïtaire afschrijvingHet kenmerkende van deze methode is dat de som van rente en afschrijving gedurende de gehele afschrijvingsperiode jaarlijks gelijk is. De jaarlijkse annuïteit wordt berekend door uit te gaan van de looptijd en het geldende rentepercentage in relatie tot het (netto) investeringsbedrag. Het gevolg van het toepassen van deze methode is dat in de eerste jaren na de investering het rentebestanddeel groter is dan het afschrijvingsbestanddeel, terwijl in de laatste jaren van de afschrijvingsperiode het afschrijvingsbedrag groter is dan het rentebedrag. Een kenmerk van deze methode is dat de kapitaallasten jaarlijks gelijk blijven.Degressieve afschrijvingHierbij wordt een vast percentage van de boekwaarde jaarlijks afgeschreven. Deze methode is bij de overheid niet gebruikelijk. Wijzigen van de methodeAfschrijvingen mogen slechts om gegronde redenen afwijken van de grondslagen die in de voorgaande jaren zijn toegepast (art. 64 lid 2 BBV). De reden hiervoor is dat de begroting, meerjarenraming en de jaarstukken een zo goed mogelijk inzicht geven in de financiële positie van de gemeente en de ontwikkelingen over de jaren heen. De grondslagen moeten daarom consistent worden toegepast. De reden en financiële consequenties van een verandering worden in de toelichting op de balans verklaard. Ook wordt inzicht gegeven in de consequenties hiervan voor de financiële positie en voor de baten en lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of het voorafgaande begrotingsjaar (art. 64 lid 2). Er zijn twee soorten wijzigingen, een stelselwijziging en een schattingswijziging. De stelselwijziging betreft een wijziging van een vrij te kiezen waarderingsgrondslag en de schattingswijziging gaat over de gewijzigde toekomstige verwachte levensduur. Beide wijzigingen moeten altijd door de raad worden vastgesteld. Uit hoofde van rechtmatigheid kunnen besluiten tot stelsel- of schattingswijziging tot uiterlijk 31-12 van het betreffende begrotingsjaar worden genomen door de raad. In het jaar van investering geen afschrijvingIn de gemeente Buren is het uitgangspunt dat in het boekjaar waarin de investering wordt gedaan geen afschrijving plaats vindt. De afschrijving start direct na het jaar waarin de investering heeft plaatsgevonden. De rekenrente wordt in het jaar van investeren voor 50% doorberekend. Dit omdat investeringen verspreid over het jaar plaatsvinden en het daarom niet redelijk is de rekenrente over het hele jaar toe te rekenen. De BBV biedt gemeenten ruimte om hier een eigen keus te maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel