Als belanghebbende van buiten de EU langdurig in Nederland komt wonen, moet hij inburgeren. Met andere woorden: hij moet de taal leren spreken en de Nederlandse samenleving leren kennen. Daarom moet hij een inburgeringsexamen doen. De kosten van een inburgeringscursus worden vergoed uit een lening die de inburgeraars bij Duo aangaan. De kosten voor een laptop vallen hier buiten.
Het is noodzakelijk dat inburgeraars de beschikking hebben over een computer bij het volgen van de inburgeringslessen en voor het maken van het huiswerk c.q. opdrachten. Inburgeraar is zelf verantwoordelijk voor regelen van de inburgeringscursus. Na aanmelding bij een taalinstituut met kenmerk Blik op Werk kan bij de gemeente een aanvraag worden ingediend voor vergoeding van een computervoorziening via bijzondere bijstand. Dit geldt alleen voor meerderjarige alleenstaande inburgeraars, echtparen zonder kinderen, echtparen of alleenstaande met kinderen die nog niet in groep 3 of hoger zitten van de basisschool. Inburgeraars met schoolgaande kinderen vanaf groep 3 van de basisschool vallen immers onder de computervoorziening ten behoeve van kinderen uit minimagezinnen.
Voorwaarden computervoorziening statushouders
Het college verstrekt een computervoorziening, indien de aanvrager:
op grond van de Wet inburgering verplicht is om in te burgeren en daadwerkelijk met de inburgering is aangevangen;
aangemerkt kan worden als een alleenstaande, een gehuwde zonder kinderen, een gehuwde of alleenstaande met kinderen die nog niet in groep 3 of hoger zitten van de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs dan wel een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
een inkomen heeft dat lager is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet; en
over een vermogen beschikt dat niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens.
De computervoorziening wordt verstrekt in de vorm van een financiële tegemoetkoming van maximaal € 500,- per huishouden. De financiële tegemoetkoming wordt, nadat de klant een pro forma nota heeft overgelegd, betaalbaar gesteld. Het begrip ‘per huishouden’ impliceert dat als de aanvraag wordt ingediend door gehuwden zonder kinderen in principe slechts één computervoorziening kan worden verstrekt.
De computervoorziening wordt eenmalig verstrekt.
Het college stelt met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van het inkomen en vermogen van de aanvrager vast. In afwijking van artikel 32 van de Participatiewet wordt niet onder inkomen verstaan:
het bedrag dat tijdens een WSNP-traject gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden;
het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden wordt gereserveerd;
het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door belanghebbende volledig verstrekte gegevens is vastgesteld.
Deze beleidsregel blijft van toepassing totdat de nieuwe Inburgeringswet in werking is getreden.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.15