De beleidsregel inzake een computervoorziening ten behoeve van kinderen uit minimagezinnen bestaat uit twee onderdelen, namelijk:
de Gezinscomputer;
de Computervoorziening t.b.v. scholieren voortgezet onderwijs (Chromebook).
Begrippen die in deze beleidsregel niet nader worden toegelicht hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht, de Participatiewet, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het primair onderwijs, en de bij of krachtens deze wetten gestelde (nadere) regels.
Het college verstrekt een Gezinscomputer, indien de aanvrager:
een of meer ten laste komende kinderen heeft die in groep 3 of hoger zitten van de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs dan wel een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; en
meer dan drie jaar geleden, te rekenen vanaf de datum van indiening van de aanvraag, in aanmerking is gebracht voor een computer in het kader van de toentertijd vigerende beleidsregel ‘computers ten behoeve van kinderen uit minimagezinnen’; en
een inkomen heeft dat lager is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet; en
over een vermogen beschikt dat niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens.
De Gezinscomputer is een voorziening die wordt verstrekt in de vorm van een tegoed, niet zijnde een geldbedrag, waarmee belanghebbende via de webwinkel Meedoen Schagen een keuze kan maken uit een ruim aanbod van verschillende computers (laptop of desktop), inclusief een officepakket. Het tegoed bedraagt € 500,00 per gezin. De Gezinscomputer wordt naar analogie van de regeling BYOD om de drie jaar verstrekt, met dien verstande dat vanaf de datum waarop het (jongste) ten laste komende kind onderwijs volgt aan een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra geen aanspraak meer kan worden gemaakt op deze voorziening.
Het college verstrekt een Computervoorziening t.b.v. scholieren voortgezet onderwijs (Chromebook), indien de aanvrager:
een ten laste komend kind heeft dat onderwijs volgt aan een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; en
een inkomen heeft dat lager is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet; en
over een vermogen beschikt dat niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens.
De Computervoorziening t.b.v. scholieren voortgezet onderwijs (Chromebook) is een voorziening die wordt verstrekt in de vorm van een tegoed, niet zijnde een geldbedrag, waarmee belanghebbende via de webwinkel Meedoen Schagen een keuze kan maken uit een ruim aanbod van Chromebooks met daarbij behorende accessoires, waaronder muis, tas, toetsenbord et cetera. Het tegoed bedraagt
€ 400,00 per kind. Het Chromebook wordt om de drie jaar verstrekt, met dien verstande dat het Chromebook voor het laatst wordt verstrekt in het schooljaar waarin het ten last komende kind 18 jaar wordt.
Uit het vorenstaande volgt dat de Gezinscomputer per gezin en de Computervoorziening t.b.v. scholieren voortgezet onderwijs (Chromebook) per kind wordt verstrekt. Dit betekent dat:
het college drie maal een Chromebook verstrekt, indien de belanghebbende drie ten laste komende kinderen heeft die (speciaal) voortgezet onderwijs volgen; en
dat het college een maal een Gezinscomputer verstrekt, indien de belanghebbende drie ten laste komende kinderen heeft die op de basisschool in groep 3 of hoger zitten;
het college verstrekt een maal een Gezinscomputer en twee maal een Chromebook, als de belanghebbende een ten laste komend kind heeft dat op de basisschool in groep 3 of hoger zit en twee ten laste komende kinderen heeft die (speciaal) voortgezet onderwijs volgen.
Het college stelt met inachtneming van de artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet de hoogte van het inkomen en vermogen van de aanvrager vast.
In afwijking van artikel 32 van de Participatiewet wordt niet onder inkomen verstaan:
het bedrag dat tijdens een WSNP-traject gereserveerd wordt voor de aflossing van de schulden;
het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden wordt gereserveerd;
het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op correcte wijze en op grond van de door belanghebbende volledig verstrekte gegevens is vastgesteld.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.15
Computervoorziening t.b.v. kinderen uit minimagezinnen
Onderdeel van Handboek Bijzondere Bijstand Schagen 2019