Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 5.2

Eigen bijdrage WMO

Onderdeel van Handboek Bijzondere Bijstand Schagen 2019

Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen Wmo De eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo komt niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. Artikel 15 lid 1, eerste volzin Participatiewet staat hieraan in de weg. De eigen bijdrage is immers vastgesteld met toepassing van het op de Wmo 2015 gebaseerde Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en is afhankelijk van het inkomen en vermogen van een belanghebbende (artikel 2.1.4 Wmo 2015). De afstemming van de hoogte van de eigen bijdrage op de individuele inkomenssituatie van een belanghebbende maakt dat de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo altijd financieel draagbaar is en dus toereikend en passend is te achten. Tevens heeft de wetgever met deze invulling in gedecentraliseerde wetgeving een bewuste keuze gemaakt over de noodzaak tot vergoeding van de kosten voor een eigen bijdrage, waardoor deze is aan te merken als een in beginsel aan de Participatiewet voorliggende, toereikende en passende voorziening. Alleen in het geval van zeer dringende redenen kan dit anders zijn (zie Rechtbank Overijssel 17-07-2017, nr. AWB 17/568). Eigen bijdrage algemene voorzieningen Wmo Als een algemene voorziening financieel gezien niet draagbaar is voor een belanghebbende, dan is deze niet compenserend en kan het college hier niet mee volstaan. Het college kan dan een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo verstrekken. Een maatwerkvoorziening is altijd financieel draagbaar, omdat de bijdrage in de kosten wordt afgestemd op het inkomen en vermogen van de cliënt (artikel 2.1.4 Wmo 2015). Dat betekent dat er in principe altijd een voorliggende voorziening in de zin van artikel 15 Participatiewet voorhanden is. Eigen bijdrage Wlz Voor de eigen bijdrage Wlz geldt hetzelfde verhaal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel