Besloten is geen bijzondere bijstand meer te verlenen voor pedicurekosten. Aan dit standpunt liggen de volgende overwegingen ten grondslag. In het algemeen is het zo dat de Zvw en de Wlz alle noodzakelijke medische of paramedische kostensoorten vergoeden. Beide regelingen gelden samen als een aan de Participatiewet voorliggende voorziening die passend en toereikend is. Bijstandsverlening voor deze kosten is daarom in beginsel uitgesloten (artikel 15 lid 1 Participatiewet;). In dit verband zij er op gewezen dat in de toelichting bij artikel 15 lid 1 Participatiewet onder meer is opgemerkt dat de Participatiewet geen functie heeft indien binnen de voorliggende regeling een bewuste beslissing is genomen over de noodzakelijkheid van de voorziening in het algemeen of in een specifieke situatie. Indien op grond van een dergelijk noodzakelijkheidsoordeel de keuze is gemaakt om één of meer kostensoorten niet in de voorziening op te nemen of de voorziening in een bepaalde situatie niet noodzakelijk te achten, dient de Participatiewet zich bij die keuze aan te sluiten en komt men ten aanzien van die kosten niet voor bijstandsverlening in aanmerking. Dit betekent tevens dat medische of paramedische kosten die niet op grond van de Zvw of Wlz worden vergoed in beginsel ook niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Volgens de CRvB moet namelijk worden aangenomen dat in het kader van de Zvw en de Wlz een bewuste beslissing is genomen over de omvang van de genees- en heelkundige hulp.
Overgangsrecht:
Het beleid inzake de pedicurekosten is derhalve gewijzigd, met dien verstande dat ter zake van deze kosten geen bijzondere bijstand meer wordt verleend.
Personen die voor de inwerkingtreding van deze nieuwe beleidsregel bijzondere bijstand ontvingen voor de kosten van pedicure, behouden gedurende een periode van maximaal 1 jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van het nieuw beleid ter zake, hun aanspraken op grond van het oude beleid.