Naar hoofdinhoud
Doelstelling Het archeologisch erfgoed betreft overblijfselen uit ons verleden. Het vertelt ons hoe vroegere generaties leefden en hoe onze samenleving er toentertijd uitzag. Het vertelt ons iets over onszelf, onze cultuur en onze identiteit. Het is dan ook vooral van belang voor het grote publiek, met name de bewoners. Ook het bodemarchief in de gemeente Simpelveld staat regelmatig onder druk. Gelet op het belang dat het erfgoed heeft voor bewoners, alsook voor de wetenschap, dient die aantasting te worden beperkt. Dat kan worden bewerkstelligd door het zo goed mogelijk te beschermen. Als basis voor het gemeentelijke beleid geldt de volgende doelstelling: Het archeologisch beleid van de gemeente Simpelveld heeft tot doel haar archeologische erfgoed te beschermen, beleefbaar te maken en te ontsluiten als bron van het ‘gemeenschappelijke geheugen’ en als middel voor wetenschappelijke studie, zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk. Deze formulering waarborgt behoud en ontsluiting van het archeologisch erfgoed in de gemeente, maar laat ontwikkelingen even goed toe. Het is een doelstelling die niet alleen praktisch uitvoerbaar en proportioneel is, maar ook haalbaar. Naast het beleidsmatige aspect wil de gemeente Simpelveld ook de economie versterken door het potentieel van de archeologie te gebruiken. Uitgangspunten Voor het gemeentelijk archeologiebeleid gelden de volgende uitgangspunten: Archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is; Bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen. Dit zogenaamde ‘verstoorder-betaalt-principe’ is geen gemeentelijke beleidskeuze maar volgt direct uit de wetgeving; De huidige relatie tussen archeologie en ruimtelijke ordening bebouden, zodat behoud, beheer en ontwikkeling van het bodemarchief onderdeel blijft van het planologische besluitvormingsproces; Verbetering informatievoorziening over het archeologisch erfgoed om het draagvlak voor archeologie te vergroten. Toerisme/economie: Cultureel erfgoed en toerisme zijn nauw verbonden. Cultureel erfgoed wordt gezien als een waardevolle faciliteit voor zowel bewoners van, als bezoekers aan een gebied. Het cultureel erfgoed vormt vaak de bepalende factor in de regionale of lokale identiteit. Het ‘verstoorder-betaalt-principe’ maakt bescherming van het archeologisch erfgoed (financieel) uitvoerbaar. Dit financiële aspect vormt mede de stimulans om het behoud en beheer met betrekking tot archeologie tijdens het planologische besluitvormingsproces serieus te nemen. Het uitgangspunt: ‘behoud in situ tenzij ‘, realiseert een optimale bescherming van het archeologisch erfgoed, maar maakt ontwikkelingen even goed mogelijk. Versterking van de relatie tussen ruimtelijke ordening en archeologie, waardoor in de ruimtelijke ordening vroegtijdig rekening kan worden gehouden met archeologie, maakt behoud in situ mogelijk, is kostenreducerend voor initiatiefnemers van projecten en kan dan zelfs als inspiratiebron dienen voor planvorming. De verbetering van de informatievoorziening vergroot het draagvlak voor archeologie en is in het belang van zowel burger als initiatiefnemers van projecten. Bovendien vergroot dit de kenbaarheid van de beperkingen van archeologie. Dit laatste is ook van belang gelet op de ‘Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen onroerende zaken’ (Wkpb).

Rechtspraak bij dit artikel