**1..** Ter voorbereiding en bij uitvoering van graafwerkzaamheden dienen de richtlijnen van CROW publicatie 307 “Kabels en leidingen in verontreinigde bodem” in acht te worden genomen. Deze uitgave is een afgeleide van CROW publicatie 132.
**2..** Bij reconstructies of herontwikkeling dient de initiatiefnemer (bijv. de projectontwikkelaar of de gemeente) een geschikt tracé aan te bieden voor de (her)aanleg van kabels en leidingen.
**3..** Vergunninghouder dient te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Wet Bodembescherming en het Besluit Bodemkwaliteit.
**4..** De bodemkwaliteitskaart geeft informatie over bodemkwaliteit en locaties van verontreinigde of verdachte grond. De kaart is te raadplegen via de website van de gemeente: www.haarlemmermeer.nl/wonen_en_leven/woonomgeving_en_milieu/bodem; zie het onderdeel “Bodemkwaliteitskaart”.
**5..** Het Besluit Bodemkwaliteit is van toepassing op het toepassen van grond, bagger en steenachtige bouwstoffen. Het is echter niet van toepassing indien grond binnen een werk tijdelijk wordt uitgenomen (ontgraven) om later weer teruggeplaatst te worden waarbij de grond het werk niet verlaat en de samenstelling ervan niet veranderd wordt.
**6..** Bij het werken in (sterk) verontreinigde grond >25m3 is de Provincie het bevoegde gezag en gelden de afwijkende of aanvullende voorschriften van de Provincie (BUS-melding).
**7..** Voor het afvoeren en verwerken van grond, vrijkomend uit de sleuven, wordt onderscheid gemaakt tussen niet-chemisch - en chemisch verontreinigde grond.
Niet chemische verontreinigde grond wordt zo veel mogelijk teruggeplaatst, tenzij deze verontreinigd is met mechanische verontreinigingen (puin, hout etc.). Dan kan deze grond in overleg met de toezichthouder van afdeling Stadsbeheer, onder voorwaarden en op kosten van de leidingexploitant worden afgevoerd naar het gemeentelijk gronddepot.
Chemisch verontreinigde grond kan worden teruggeplaatst (zie punt 5). Bij overschot dient de grond op kosten van de leidingexploitant te worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Daarbij dient gewerkt te worden conform CROW-publicatie 132.
**8..** Grond afkomstig uit de sleuf, die civieltechnisch niet geschikt is voor hergebruik (verdichten sleuf) kan op een andere locatie binnen Haarlemmermeer worden toegepast volgens de bodemkwaliteitskaart en het Besluit Bodemkwaliteit. Indien de kwaliteit van de grond milieutechnisch niet geschikt is voor hergebruik moet de grond worden afgevoerd naar een erkende en gecertificeerde verwerker. De bijkomende kosten, zoals acceptatie- en beheerkosten, komen voor rekening van vergunninghouder.
**9..** Aan te voeren aanvulgrond moet voor het gebruiksdoel geschikt zijn en passen binnen de Bodemkwaliteitskaart van Haarlemmermeer. De kwaliteit van deze aanvulgrond moet middels een wettig erkende kwaliteitsverklaring zijn gewaarborgd.
**10..** Het werken in de grond valt onder de Wet bodembescherming, art. 27 en 28, waarbij de vergunninghouder dient aan te tonen dat de vereiste procedures zijn doorlopen, alvorens tot afvoer wordt overgegaan. Correspondentie met de betrokken instanties of bedrijven dient te worden overhandigd aan de specialist beheer 2 of 3 van het team Bodem, Gegevens en Verlichting van de gemeente.
**11..** Als tijdens het uitvoeren van werkzaamheden buiten kantooruren grond vrijkomt, moet de betreffende leidingexploitant er zorg voor dragen dat grond op milieuhygiënisch verantwoorde wijze op zijn kosten tijdelijk wordt opgeslagen. De tijdelijk opgeslagen grond moet daarna, indien deze vervuild blijkt, op een milieuhygiënische verantwoorde wijze worden afgevoerd naar een erkende, gecertificeerde verwerker.
**12..** De door vergunninghouder af te voeren grond moet vergezeld gaan van een transportgeleidebiljet. Een kopie daarvan moet direct na het afleveren van de grond, getekend door de beheerder van het depot van de verwerker, aan de toezichthouder worden overlegd of gemaild.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2