**1..** Tenzij anders is overeengekomen, mag per dag geen grotere sleuflengte worden gemaakt, dan – indien mogelijk - op die dag weer volledig kan worden dichtgemaakt.
**2..** Ondergraven van de wegbedekking en haar onderbed is verboden. Wegbedekking en onderbed moeten altijd over minstens de volle lengte en breedte van de ontgraving worden opgebroken.
**3..** Ontgraving binnen de wortelzone (overeenkomstig omvang kruin boom) van bomen dient zo beperkt mogelijk te worden uitgevoerd en zo snel mogelijk te worden aangevuld. Te kort komende grond dient door de leidingexploitant of uitvoerder te worden aangevuld. De aanvulgrond moet voldoen aan de bepalingen van het Bouwstoffenbesluit.
**4..** Verharding en grond moeten gescheiden op soort worden ontgraven en opgeslagen. Funderingsmateriaal dat met de uitkomende grond wordt vermengd is niet meer geschikt om als fundering te worden gebruikt en wordt eigendom van de leidingexploitant of uitvoerder en moet vervolgens door deze op zijn kosten worden afgevoerd.
**5..** Ontgraven funderingsmateriaal kan worden hergebruikt, mits dit geen hoogovenslakken zijn en mits gescheiden van zand is ontgraven en weer gescheiden wordt aangebracht. Indien het funderingsmateriaal bestond uit hoogovenslakken dient als nieuw funderingsmateriaal menggranulaat te worden gebruikt.
**6..** Indien tijdelijke opslag van uitgenomen sleufmateriaal langs de sleuf niet mogelijk is dient in overleg met de toezichthouder van de gemeente een locatie te worden bepaald.
**7..** De bij de ontgraving vrijgekomen gescheiden grondsoorten of verhardingen dienen bij het herstel in de juiste volgorde te worden teruggebracht zodat de oorspronkelijke opbouw van het bodemprofiel zoveel mogelijk wordt herkregen.
**8..** Om verzakkingen in de weg te voorkomen dient de verdichting in lagen te geschieden van maximaal 30 centimeter, waarbij iedere laag afzonderlijk moet worden afgetrild. Indien bij het verdichten, afhankelijk van de uitvoeringswijze en omstandigheden, meer zand nodig is, dient de leidingexploitant of uitvoerder hier zelf zorg voor te dragen.
**9..** De verdichtingsgraad van de opbreking dient minimaal 95% te zijn en/of 98% van de direct naastgelegen grond. De gemeente kan hierop met een handsondeerapparaat controle uitoefenen. De verdichtingsgraad wordt bepaald volgens proef 3 van de Standaard RAW-Bepalingen 2010, dan wel daarvoor in de plaats tredende latere regelingen of aanvullingen van vergelijkbare strekking.
**10..** Sleuven in bermen en plantsoenen dienen volgens oorspronkelijke opbouw van het bodemprofiel te worden verdicht met het uitgegraven materiaal of grond. Daar waar nodig wordt met schone grond of teelaarde aangevuld.
**11..** Indien een sleuf door een Wadi of daarmee gelijkgestelde constructie wordt gegraven, dient na afloop van de werkzaamheden de gehele Wadi constructie weer in de oorspronkelijke vorm, hoedanigheid en functionaliteit te worden hersteld. Indien noodzakelijk dient vergunninghouder op zijn kosten de gehele Wadi opnieuw te construeren.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3