Naar hoofdinhoud
1. . Wanneer na aanvulling en verdichting de grondslag te hoog blijkt, moet deze op de juiste hoogte worden aangebracht. De overtollige grond moet worden afgevoerd. Ook is het mogelijk grond toe te passen op basis van de bodemkwaliteitskaart. 2. . Alle bestratingsmaterialen, trottoirbanden en opsluitbanden dienen in oorspronkelijke staat en onbeschadigd te worden aangebracht. De uitvoerder dient bij beschadiging zelf te zorgen voor vervangend materiaal dat van dezelfde soort, afmeting, kleur en kwaliteit moet zijn als het oorspronkelijk aanwezige materiaal. 3. . De gemeente kan via De Waterwolf, indien voorradig, vervangend materiaal leveren. Indien het materiaal voor aanvang van het werk beschadigd blijkt te zijn dan stelt de gemeente het materiaal kosteloos ter beschikking. Als de uitvoerende partij de schade aan het materiaal veroorzaakt, dan wordt het vervangende materiaal door de gemeente in rekening gebracht. 4. . Door de gemeente ter beschikking gestelde bouwstoffen en materialen kunnen uitsluitend als volgt worden verkregen. De aannemer neemt contact op met de toezichthouder van de gemeente en geeft hierbij het volgende door: soort werk, onder vermelding van MOOR; hoeveelheid, soort en/of type materiaal. Het materiaal kan op afspraak worden opgehaald bij De Waterwolf, Diamantlaan 15 te Hoofddorp. Met de toezichthouder wordt een afspraak gemaakt over de datum en het tijdstip van het afhalen van het materiaal. 5. . Tijdens de werkzaamheden vrijgekomen, niet herbruikbare materialen dienen door de leidingexploitant of uitvoerder op eigen kosten te worden afgevoerd. 6. . Indien de leidingexploitant of uitvoerder op het werkterrein, voorafgaand aan het werk, beschadigde materialen aantreft, kan op zijn verzoek een voorschouw worden gehouden met de toezichthouder, waarbij tevens afspraken kunnen worden gemaakt over de levering van de vervangende materialen via de gemeente. 7. . Tenzij anders overeengekomen met de toezichthouder van de gemeente geldt dat alle weer aangebrachte elementen ten opzichte van de ongeroerde elementen met een lichte mate overhoogte (bolling) bestraat dient te worden. Binnen het weer aangebrachte straatwerk mogen geen oneffenheden voorkomen. Het straatwerk dient onder hetzelfde profiel en verband te worden bestraat als voor de werkzaamheden aanwezig was. 8. . Indien bestratingsmateriaal passend gemaakt moet worden dient dit te gebeuren door knippen of zagen. 9. . Uitgevoerd straatwerk dient te worden afgetrild en ingeveegd met brekerzand. 10. . Asfalt- en overige gesloten verhardingen dienen door de leidingexploitant tijdelijk te worden dichtgeblokt met voor diens rekening aan te leveren betonklinkers. 11. . Definitief herstel van gesloten verharding wordt op kosten van de leidingexploitant uitgevoerd door de gemeente, tenzij anders overeen te komen. 12. . Na het afwerken van de bestrating mag geen puin, grond, zand en/of afval van de werkzaamheden meer voorkomen op het werk.

Rechtspraak bij dit artikel