Naar hoofdinhoud
1.. Het recht op vakantieverlof van de medewerker wordt bepaald op grond van de regels in hoofdstuk 6 van de CAR/UWO. 2.. Iedere medewerker heeft recht op ten minste 144 uur vakantieverlof per jaar met behoud van bezoldiging. Voor een medewerker met een deeltijdbetrekking wordt het van 144 uur naar evenredigheid berekend. 3.. Wanneer iemand in de loop van een kalenderjaar in dienst treedt of ontslagen wordt, heeft hij recht op 144 uur maal 1/12 maal het aantal volle maanden dat hij in een kalenderjaar zijn betrekking vervult, wordt de duur van het vakantieverlof naar evenredigheid verminderd. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan (gedeeltelijk) betaald of onbetaald verlof, schorsing of non-activiteit. 4.. Opbouw van vakantieverlof tijdens ziekte vindt plaats conform het gestelde in artikel 6:2:3 CAR/UWO.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel