Naar hoofdinhoud
1.. De duur van het vakantieverlof dat is vastgesteld op grond van artikel 3 wordt vermeerderd met leeftijdsverlofuren. Het aantal leeftijdsverlofuren wordt bepaald op grond van de diensttijd, de bereikte leeftijd en de datum van indiensttreding van de medewerker, volgens onderstaande tabel: Leeftijd, diensttijd Voor 23 juni 1998 Na 23 juni 1998 18 jaar op jonger 21,6 21,6 19 jaar 14,4 14,4 20 jaar 7,2 7,2 21 tot 30 jaar 30 jaar 7,2 35 jaar, 15 jaar diensttijd 14,4 40 jaar 21,6 7,2 45 jaar, 25 jaar diensttijd 28,8 14,4 50 jaar 36 21,6 55 jaar, 35 jaar diensttijd 43,2 28,8 2.. De duur van het vakantieverlof op grond van lid 1 vermeerderd met leeftijdsverlofuren bedraagt nimmer meer dan 144 + 43,2 = 187,2 uur bij een 36-urige werkweek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel