Naar hoofdinhoud
1.. Aan de medewerker kan , mits het belang van de dienst zich hiertegen niet verzet, een buitengewoon verlof van korte duur met behoud van bezoldiging worden verleend voor; het leiden of volgen van een cursus gericht op vrijwilligers die actief zijn in het jeugd- of jongerenwerk en het werken met mensen met een beperking; het leiden van een jeugdkamp of kindervakantie-activiteit als hoofdleider (leider-coördinator); het assisteren van de hoofdleider van een kamp of vakantie-activiteit op basis van één vrijwillig medewerkende op elke vijftien deelnemers, en één vrijwillig medewerkende op elke drie deelnemers wanneer het een kampvakantie-activiteit betreft voor mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking. Voor de onder "c" bedoelde gevallen kan alleen buitengewoon verlof worden verleend indien de aanwezigheid voor het welslagen van de activiteit dringend gewenst is en geen andere persoon beschikbaar is. 2.. Het buitengewoon verlof bedraagt voor de in het vorige lid bedoelde gevallen telkens ten hoogste vijf dagen, met dien verstande dat per kalenderjaar in totaal niet meer dan tien dagen kunnen worden toegekend. 3.. Een cursus als bedoeld in het eerste lid onder "a" moet uitgaan van een landelijke of een provinciale organisatie voor jeugd- en jongerenwerk en/of erkende zorginstelling of van een landelijke of provinciale jeugdafdeling van een sportorganisatie, dan wel door één van deze organisaties worden aanbevolen als belangrijk voor de vorming van de vrijwilligers. De cursus moet tenminste drie achtereenvolgende dagen duren. 4.. Een kamp of vakantie-activiteit bedoeld in het eerste lid, onder "b" of "c" moet uitgaan van een landelijk werkende organisatie dan wel van een plaatselijk, regionaal of provinciaal werkende organisatie, of worden georganiseerd door een instelling die geheel of gedeeltelijk ten behoeve van de omschreven doelgroep werkzaam is. Een kamp of vakantie-activiteit met minder dan tien deelnemers valt niet onder deze regeling. Onder kampen wordt ook verstaan plaatselijke vakantieactiviteiten die tenminste 5 achtereenvolgende dagen duren. 5.. De medewerker die in aanmerking wenst te komen voor buitengewoon verlof als genoemd voor activiteiten als bedoeld in het derde lid dient gedurende het jaar dat vooraf gaat aan de activiteit waarvoor verlof wordt aangevraagd minimaal een keer per maand als -activitei-tenleider vrijwilligerswerk te hebben verricht. 6.. De aanvragen om bedoeld verlof moeten worden ingediend door: een landelijke organisatie, als het landelijk georganiseerd jeugdwerk betreft; een erkende plaatselijke jeugd- of jongerenraad en bij gebreken daarvan door een provinciale jeugdraad, als het niet-landelijk georganiseerd jeugdwerk betreft; Onder erkend wordt verstaan een in samenwerking met de gemeentelijke of provinciale overheid ingestelde jeugd- of jongerenraad. 7.. Het in dit artikel genoemde verlof is niet van toepassing op personen die werkzaam zijn in het onderwijs.

Rechtspraak bij dit artikel