Er wordt uitgegaan van een gemiddelde vervoersbehoefte van 1500 km per jaar. Als de inwoner gebruik maakt van een andere maatwerkvoorziening voor vervoer of een eigen verplaatsingsmiddel heeft, kan toegewezen aantal kilometers worden verlaagd. Ook wanneer de partner van de inwoner gebruikmaakt van dezelfde vervoersvoorziening of deze ander individueel vervoer heeft, kan, afhankelijk van de gezamenlijke vervoersbehoefte, de omvang van de maatwerkvoorziening worden aangepast.
Wanneer het gaat om een vervoersvoorziening voor kinderen, kan het gemiddelde ook worden aangepast. Kinderen hebben een andere vervoersbehoefte dan volwassenen en hebben geen volledige zelfstandige vervoersbehoefte.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.7