Naar hoofdinhoud

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiderdorp houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning (Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2019)

110 artikelen

Artikelen

  1. Art. 1.1.Inleiding
  2. Art. 1.2.Melding
  3. Art. 1.3Scheiding melding en aanvraag
  4. Art. 1.3.1.Directe aanvraag maatwerkvoorziening
  5. Art. 1.4Behandeling melding
  6. Art. 1.4.1.Procedureregels en opschorten beslistermijn
  7. Art. 1.4.2.Onafhankelijke cliëntondersteuning
  8. Art. 1.4.3.Persoonlijk plan
  9. Art. 1.5Onderzoek
  10. Art. 1.5.1.Mantelzorg en dreigende overbelasting
  11. Art. 1.5.2.Advisering
  12. Art. 1.6Verslag
  13. Art. 1.7Aanvraag maatwerkvoorziening
  14. Art. 1.8Beschikking voor een maatwerkvoorziening
  15. Art. 1.8.1.Maatwerkvoorziening in natura
  16. Art. 1.8.2.Maatwerkvoorziening via het persoonsgebonden budget
  17. Art. 2.1Inleiding
  18. Art. 2.2Ondersteuningsterreinen
  19. Art. 2.3Algemene voorzieningen
  20. Art. 2.4Algemeen gebruikelijke voorzieningen
  21. Art. 2.5Gebruikelijke hulp
  22. Art. 2.5.1Aard en de omvang ondersteuningsbehoefte
  23. Art. 2.5.2Aard van de relatie met de inwoner
  24. Art. 2.5.3.Leeftijd en ontwikkelingsfase van inwonende kinderen
  25. Art. 2.5.4.Mogelijkheid om gebruikelijke hulp aan te leren
  26. Art. 2.6Mantelzorg
  27. Art. 2.7Voorliggende aanspraak
  28. Art. 2.8Lopende beschikking
  29. Art. 2.9Adequate voorziening
  30. Art. 3.1.Inleiding
  31. Art. 3.2Resultaten
  32. Art. 3.3Eigen verantwoordelijkheid
  33. Art. 3.3.1.Houden van huisdieren
  34. Art. 3.4Maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning
  35. Art. 3.5Maaltijdvoorziening
  36. Art. 4.1.Inleiding
  37. Art. 4.2Eigen verantwoordelijkheid
  38. Art. 4.2.1Plotselinge noodzaak
  39. Art. 4.3Zelfstandige woonruimte, woonboten en woonwagens
  40. Art. 4.4Primaat van verhuizen en maatwerkvoorziening verhuis- en herinrichtingskosten
  41. Art. 4.4.1.Maatwerkvoorziening voor verhuis- en herinrichtingskosten
  42. Art. 4.4.2.Tijdelijke maatwerkvoorzieningen
  43. Art. 4.5Maatwerkvoorziening wonen
  44. Art. 4.5.1.Bouwkundige en niet-bouwkundige maatwerkvoorzieningen
  45. Art. 4.6Specifieke criteria ten aanzien van een maatwerkvoorziening
  46. Art. 4.7Eigenaar maatwerkvoorzieningen
  47. Art. 4.8Onderhoud en reparatie maatwerkvoorzieningen
  48. Art. 4.9Verwijderen maatwerkvoorzieningen
  49. Art. 4.10Logeerbaar maken van een woning voor inwoners van een instelling
  50. Art. 4.11Woningsanering
  51. Art. 4.12Mantelzorgwoning
  52. Art. 5.1Inleiding
  53. Art. 5.2.Eigen verantwoordelijkheid
  54. Art. 5.3Resultaten begeleiding
  55. Art. 5.4Maatwerkvoorziening kindverzorging
  56. Art. 5.5Maatwerkvoorziening lijfgebonden ondersteuning
  57. Art. 5.6Personen met een zintuiglijke beperking
  58. Art. 5.7Bemoeizorg
  59. Art. 6.1Inleiding
  60. Art. 6.2Vervoer als maatwerkvoorziening
  61. Art. 6.3Primaat van het collectief vervoer
  62. Art. 6.3.1.Afwijken van het primaat van collectief vervoer
  63. Art. 6.4Aard van de verplaatsingen
  64. Art. 6.5Vervoeren en verplaatsen in de directe leefomgeving
  65. Art. 6.5.1.Valys
  66. Art. 6.6Beoordelingscriteria ten aanzien van de mobiliteit
  67. Art. 6.7Gemiddelde vervoersbehoefte
  68. Art. 6.8Collectieve voorziening: de Regiotaxi
  69. Art. 6.8.1Vorm van verstrekken
  70. Art. 6.8.2.Begeleiding bij het gebruik van de Regiotaxi
  71. Art. 6.8.3Vrij besteedbaar bedrag
  72. Art. 6.9Maatwerkvoorziening voor de zeer korte afstand
  73. Art. 6.10Tegemoetkoming gebruik eigen auto
  74. Art. 6.11Aanpassing eigen auto
  75. Art. 6.11.1.Voorwaarden aanpassing eigen auto
  76. Art. 6.12Rolstoel als maatwerkvoorziening
  77. Art. 6.12.1Rolstoel voor continu gebruik
  78. Art. 6.12.2Incidenteel rolstoelgebruik
  79. Art. 6.12.3Sportrolstoel
  80. Art. 6.13Criteria rolstoel via het persoonsgebonden budget
  81. Art. 7.1Inleiding
  82. Art. 7.2Maatwerkvoorziening beschermd wonen
  83. Art. 7.3Overbruggingszorg
  84. Art. 7.4Aanmelden beschermd wonen
  85. Art. 7.5Aanmelden maatschappelijke opvang
  86. Art. 8.1Inleiding
  87. Art. 8.2Motiveren persoonsgebonden budget
  88. Art. 8.3Overwegende bezwaren
  89. Art. 8.3.1.Persoonsgebonden budget afwijzen op grond van overwegende bezwaren
  90. Art. 8.4Omvang persoonsgebonden budget
  91. Art. 8.4.1.Meerkosten persoonsgebonden budget
  92. Art. 8.5Kwaliteit van het persoonsgebonden budget
  93. Art. 8.5.1.Toetsing van de kwaliteit
  94. Art. 8.6Voorwaarden persoonsgebonden budget voor non-professionals
  95. Art. 8.6.1.Uitbetaling persoonsgebonden wet volgens wettelijk minimumloon
  96. Art. 8.7Controle persoonsgebonden budget
  97. Art. 8.8Persoonsgebonden budget voor materiële maatwerkvoorzieningen
  98. Art. 8.8.1.Uitbetaling van het persoonsgebonden budget voor materiële maatwerkvoorzieningen
  99. Art. 8.9Onderhoud maatwerkvoorzieningen
  100. Art. 8.10Aanvraag persoonsgebonden budget gedurende verstrekkingstermijn
  101. Art. 9.1.Mantelzorgondersteuning
  102. Art. 9.1.1.Mantelzorgwaardering
  103. Art. 9.1.2.Respijtzorg
  104. Art. 9.1.3.Maatwerkvoorziening kortdurend verblijf
  105. Art. 9.2Maatwerkvoorziening beschut wonen
  106. Art. 9.3Ondersteuning aan 18-23 jarigen
  107. Art. 9.4Toezichthoudend ambtenaar
  108. Art. 9.5Meldcode huiselijk geweld
  109. Art. 9.6Privacy
  110. Art. 9.7Citeertitel en inwerkingtreding