De keuze voor een persoonsgebonden budget dient altijd een bewuste en vrijwillige keuze van de inwoner te zijn. Het kan daarbij gaan om de aard van de ondersteuningsvraag, waarbij godsdienstige, levensbeschouwelijke of culturele overwegingen een rol kunnen spelen. Indien de inwoner dit heeft beargumenteerd, zijn deze voorwaarden geen grond voor het college om een persoonsgebonden budget te weigeren.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.2