Naar hoofdinhoud
Kortdurend verblijf is een vorm van respijtzorg. Het zwaartepunt ligt vooral op logeren, met als doel het overnemen van het (permanente) toezicht ter ontlasting van de persoon die de gebruikelijke hulp geeft of de mantelzorger. Er is geen sprake van (medische) opname in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz). Ook is er geen sprake van spoed of crisis. Iemand komt in aanmerking voor kortdurend verblijf, wanneer: hij een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking heeft, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap; hij zowel een maatwerkvoorziening begeleiding ontvangt en ondersteuning krijgt bij persoonlijke verzorging; hij is aangewezen op zorg gepaard gaand met (permanent) toezicht; en hij hierop gedurende maximaal drie etmalen per week is aangewezen; de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de inwoner levert, noodzakelijk ontlast dient te worden. Het kortdurend verblijf kan maximaal 72 uur per week bedragen met een maximum van 52 etmalen per jaar, maar kan flexibel worden ingezet. Het kortdurend verblijf wordt geboden in een instelling of in een accommodatie. Onder deze maatwerkvoorziening is zo nodig ook het vervoer naar de locatie inbegrepen waar het kortdurend verblijf wordt geboden. Dit vervoer wordt in noodzakelijk geacht wanner de mantelzorger niet in staat is de inwoner te brengen (en te halen) en er geen andere vervoersmogelijkheden zijn.

Rechtspraak bij dit artikel