Kinderen brengen een groot deel van hun leven door op school. De school is hierdoor voor ons als gemeente een hele belangrijke partner om samen het kind de beste ondersteuning te geven. Daarom gaan we op zoek naar scholen die samen met ons antwoord willen gaan geven op de vraag: wat heeft dit kind of hebben deze kinderen samen van ons als opvoeders nodig binnen de context van school waardoor een verwijzing of afwijzing van
het kind voorkomen kan worden? Met deze scholen willen we schoolpilots inrichten, waarin verwijzen de uitzondering is en waar een pedagogische omgeving gecreëerd wordt waarin alle kinderen uniek mogen zijn, met beperkingen en talenten. Dus een gezamenlijk, integraal plan om het kind in de context van gezin, klas en school ondersteuning te bieden. In plaats van in een klas per kind allemaal apart een individuele beschikking af te geven voor het onrustige gedrag, kijken we naar wat de kinderen samen nodig hebben en realiseren voor deze kinderen een op maat gesneden gezamenlijk aanbod. Op deze manier leren de kinderen niet alleen hoe ze hun energie ook anders kunnen inzetten, leren ze van elkaar en in de context waar ze dit het hardste nodig hebben.
Bestuurlijk VO-overleg, jan. 2019:
Kinderen willen normaal zijn.
Het binnenlopen bij een schoolmaatschappelijk werker vormt voor veel jongeren een te hoge drempel. Dan ‘is er iets flink mis met je’. We moeten juist zorgen dat ze tijdig, heel laagdrempelig bij iemand terecht kunnen die dat stempel niet heeft, die bij de school hoort,
gewoon is, die jij uitkiest omdat je die kan vertrouwen. Bijvoorbeeld iemand van het gewone personeel van de school die bekend is met de leerlingen, en die even met je mee naar buiten kan lopen als je het even niet trekt. Maar ook iemand waar je even gezellig mee kan kletsen.
Dr. Bert Wienen, 2019
“Het is normaal als het soms even niet goed gaat met een kind. Dat is niet altijd slecht. Een kind leert hier juist van. Het kind leert hierdoor omgaan met het leven. Wat we met elkaar moeten doen is het mogelijk maken dat er wordt geleerd en dat er dus ruimte is om
fouten te maken, te ontdekken. Professionals laten meekijken maar niet per definitie iets laten doen.
Kortom aandachtig nietsdoen is een hele goede optie.”
Door een andere inzet van de jeugdhulpmiddelen kunnen we dit realiseren. Dit vraagt wel een andere insteek, een cultuurverandering. Daarom starten we de schoolpilots om goed te kunnen zien wat wel en niet werkt. Maar vooral ook om te leren hoe we het met elkaar zo kunnen inrichten dat alle kinderen weer gewoon ‘normaal’ mogen zijn.
Om goed te kunnen leren is het van belang dat de investeringen naar scholen gaan die de basis op orde hebben. Dat zijn scholen die beschikken over een stabiel team en de bereidheid hebben om nieuwe wegen in te slaan. Als leerkrachten, professionals, ouders maar ook kinderen jarenlang gewend zijn aan diagnoses, verwijzingen en professionele behandeling zal een dergelijke wijziging niet zonder slag of stoot gaan. Het vraagt om een beweging van alle betrokkenen op alle niveaus. Om dit te realiseren richten we een meedenk- club van ‘critical friends’ op om de resultaten te monitoren, te zien wat werkt en niet werkt, bij te sturen, maar vooral ook om samen te leren.
Als gemeente Ede doen we dit niet alleen. Binnen de jeugdhulpregio FoodValley ervaren alle gemeenten en de vijf Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs de urgentie om hier gezamenlijk de schouders onder te zetten. Ook in de andere gemeenten van de FoodValley worden schoolpilots uitgevoerd. Door dit regionaal op te pakken kunnen we zien en leren welke elementen goed werken bij welke kinderen en type scholen. Zo kunnen we samen kinderen beter en sneller helpen in de hele regio.
Bij sommige problemen bij kinderen is in de praktijk niet altijd strak een scheiding te maken tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente of van een school of samenwerkingsverband. Daarom gaan we gezamenlijk onder- zoeken hoe we meer helderheid krijgen in het grijze gebied tussen jeugdhulp en onderwijs. We maken op basis van praktijksituaties afspraken over wie wanneer verantwoordelijk is, maar ook hoe we door samen te werken kinderen beter kunnen ondersteunen.
Tot slot gaan we, in regionaal verband, onderzoeken hoe we onderwijsvrij- stellingen kunnen gaan voorkomen. Gemeente en onderwijspartners vinden dat elk kind recht heeft op onderwijs.
Als we willen normaliseren, dan is het belangrijk dat ook alle kinderen naar een gewone BSO (Buitenschoolse opvang) kunnen met en zonder onder- steuningsvraag. Reguliere BSO’s die opvang bieden aan een kind met een ondersteuningsvraag willen we faciliteren. Op deze manier kunnen deze kinderen heel gewoon naar de BSO in de eigen buurt samen met broertjes, zusjes en vriendjes uit de buurt. Het kan dan gaan om bijvoorbeeld extra tijdelijke inzet van de reeds betrokken onderwijsassistent voor de overgang van school naar de BSO. Of de pedagoog die al betrokken is op school. Het kan ook gaan om kleine, praktische aanpassingen van de BSO. Onze midde- len voor jeugdhulp willen we inzetten om deze opvang mogelijk te maken.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.1.
Geen verwijzing, maar jeugdhulp in de directe omgeving van het kind
Onderdeel van Beleidsplan van de gemeenteraad van de gemeente Ede houdende regels omtrent Jeugd en Onderwijs gemeente Ede 2019-2022