Naar hoofdinhoud
Uit de sociale monitor 2017 blijkt dat er nog steeds Edese jeugdigen opgeno- men worden in residentiële voorzieningen. Het merendeel van de jongeren die binnen een crisisopvang worden geplaatst, is binnen jaar definitief uithuisgeplaatst. Dat is een onwenselijke situatie. Kinderen wonen namelijk nergens liever dan bij hun ouders, in hun eigen buurt. Thuis wordt er in de meeste gevallen zonder voorwaarden van je gehouden en kun je ontdekken wie je bent. Gezinnen helpen we dus thuis. Is het thuis niet houdbaar of veilig, dan doen we zo veel mogelijk om het thuis beter te maken. Ons uitgangspunt is in dat geval: niet het kind eruit, maar direct hulp erin. Als dat niet genoeg is, dan zoeken we een plek die lijkt op thuis. De voorkeur gaat dan uit naar een pleeggezin in de eigen buurt. Met een duidelijk plan en zicht op perspectief vanaf de eerste dag, zodat er snel weer een thuis kan zijn. We willen steeds meer jeugdigen zo thuis mogelijk laten opgroeien en het gebruik van residentiële hulp maximaal afbouwen. Om dit te bereiken zullen we in de komende jaren samen met een coalitie van aanbieders andere vor- men van jeugdhulp gaan ontwikkelen. Als er een time-out buiten het gezin nodig is, dan geven we dit vorm binnen het netwerk van het gezin (netwerk pleegzorg) of in een voorziening in de eigen wijk binnen Ede. Hierdoor kan het gezin betrokken blijven en blijft ook het sociaal netwerk van de jeugdige in stand. Om te voorkomen dat de afgebouwde residentiële plekken toch weer gevuld worden, maken we met aanbieders afspraken over de wijze waarop we dit kunnen voorkomen. Als thuis wonen echt geen optie meer is, willen we voor deze kinderen kun- nen kiezen voor een plek zoals thuis. In een gezin vanuit het eigen netwerk (netwerk pleegzorg) of een pleeggezin. Daarvoor gaan we pleegouderschap verder stimuleren. Enerzijds door meer mensen bereid te krijgen om pleeg- ouder te worden. En anderzijds meer ondersteuning aan bestaande pleegou- ders te bieden, waardoor we het voortijdig afbreken van een pleegzorgtraject kunnen voorkomen. Ook willen we scholen adviseren en ondersteunen om pleegouders bij te staan. Pleegkinderen vragen vaak specifieke aandacht van leerkrachten. Het Pleegouder netwerk in Ede benutten we om de ondersteuning aan pleeggezinnen nog beter te organiseren. In Nederland is iedereen die 18 jaar wordt volgens de Nederlandse wet volwassen. Bij volwassenheid horen rechten en plichten. Deze overgang van kind naar volwassene is vaak moeilijk voor jongeren in een kwetsbare positie. Met jongeren bespreken we dan ook vanaf 16 jaar de wensen en behoeften en werken toe aan een soepele overgang. Portret: Plek in ons huis en in ons hart Aan het eind van de middag draait Patrick zijn auto de donkere straat in en laat het autoraampje zakken: ‘Sorry, iets te laat, lastig gesprek op school.’ Patrick en zijn vrouw Jolanda zijn al bijna zeven jaar pleegouders. Ze hebben drie eigen kinderen en een pleegzoon van bijna acht jaar die in principe bij hen blijft wonen. ‘We hadden plek in ons huis en plek in ons hart over, zo vat ik het meestal samen,’ vertelt Patrick aan hun hoge keukentafel. Vanavond heeft hij toevallig een afspraak met een aantal andere pleegouders waarop zij het over de eerste thema-avond van het Platform Pleegzorg in Ede zullen hebben. ‘De wethouder Jeugd heeft begin dit jaar pleegouders bij elkaar geroepen om te horen hoe het gaat en te benadrukken hoe belangrijk zij zijn,’ vertelt Patrick. ‘Dat was een goede impuls. Daar is het idee ontstaan om met andere pleegouders, los van instellingen en politiek, bij elkaar te blijven komen als een platform. We willen thema-avonden organiseren en casussen bespreken. We hopen op een positieve manier mee te kunnen denken over het verbeteren van beleid en de kwaliteit van ondersteuning aan pleeggezinnen.’ Jolanda komt de keuken binnen, groet en begint aan de voorbereidingen voor het avondeten. ‘Ja, dingen die beter kunnen, zijn er nog wel,’ zegt ze glimlachend over haar schouder. Patrick knikt: ‘Na zeven jaar zijn we veel ervaring rijker en een aantal illusies armer.’ ‘Zoals die keer dat we in februari een brief stuurden. We stelden voor dat we in juli op vakantie wilden gaan, maar kregen geen respons van de biologische vader. De gezinsvoogd stelde toen voor onze pleegzoon gewoon in een ander pleeggezin te laten,’ vult Jolanda aan. ‘Of die keer dat we maanden moesten wachten op een familiegesprek voor onze kinderen die moeite hadden met de situatie.’ ‘Het gevoel dat wij als pleeggezin soms tegenover de (gezins-)voogden en jeugdzorg staan, is onze grootste frustratie,’ vat Patrick samen. ‘En de meest positieve ervaringen zijn precies het omgekeerde. Af en toe treffen we ook een professional die in een half uur precies doorheeft wat we nodig hebben. Die ons echt hoort en niet vanuit regels of systemen denkt. Dat is zo waardevol! Het pleegouderschap is prachtig, maar goede ondersteuning maakt het nog mooier.’

Rechtspraak bij dit artikel