Naar hoofdinhoud
Uit de cijfers blijkt dat er steeds meer kinderen bestempeld worden als ‘an- ders’ en ‘niet normaal’. 20% van de kinderen tussen 8 en 12 jaar ontvangt een vorm van GGZ-hulp. Deze kinderen krijgen een diagnose die ze de rest van het leven blijft achtervolgen. Die situatie willen we terugdringen. Een kind mag zichzelf zijn. Inclusief zijn en haar dromen en talenten najagen. Variaties tussen kinderen zijn een gegeven en iedereen zal op een eigen manier om moeten gaan met de uitdagingen die het leven nu eenmaal biedt. Dit vraagt dus ook niet automatisch om professionele hulp of ondersteuning. We willen minder GGZ-hulp voor kinderen door beter samen te werken met opvoeders bij vrijetijd- en sportverenigingen en school. We zetten in op hulp in de omgeving van het kind. Geen diagnose en behandelingen buiten schooltijd, maar meer expertise thuis, in de klas en tijdens vrijetijd en spor- tactiviteiten. Een vorm van gezinsondersteuning voor opvoeders gaat altijd vooraf aan een individuele GGZ diagnose en behandeling. Het gaat namelijk in eerste instantie om meer kennis over hoe om te gaan met kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte dan om de diagnose.

Rechtspraak bij dit artikel