Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat is ontstaan als gevolg van een aan de aanvrager of lid van diens huishouden toe te rekenen handelen of nalaten, indien:
de aanvrager bij woninguitzetting door huurschuld, overlast, fraude of criminele activiteiten veroorzaakt door de aanvrager of een lid van diens huishouden niet langer beschikt over een zelfstandige woonruimte;
de aanvrager in de gemeente is komen wonen zonder te zorgen voor adequate woonruimte voor zichzelf of eventuele nareizende leden van zijn of haar huishouden.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1.6
Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder f, van de verordening
Onderdeel van Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2019