Het kostendekkingsplan maakt onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven met betrekking tot de gemeentelijke watertaken.
Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten, die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden als gevolg van de Wet gemeentelijke watertaken. Door efficiënter te werken kan de noodzakelijke prijsstijging zoveel als mogelijk worden beperkt.
Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeterings-investeringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en doorgaans worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten, die daaruit voortkomen, -de kapitaallasten- bestaan uit rente en afschrijvingen.
Om tot een kostendekkend tarief te komen hebben is een financiële doorrekening van de rioolheffing over 60 jaar gemaakt. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Rente en inflatie
De rente op boekwaarde van investeringen bedraagt 1,50%.
Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen.
Er vindt geen indexatie plaats van de uitgaven (als gevolg van inflatie).
BTW
In het kader van de Wet BCF belasten we jaarlijks een percentage van 21% aan BTW door aan de rioolheffing (ten gunste van de algemene middelen), op basis van het gemiddelde aan directe exploitatiekosten en investeringen per jaarschijf. Dit komt neer op € 1.412.404,- (in 2019: € 1.290.687,-).
Investeringen
De uitbreidings-, verbeterings- en vervangingsinvesteringen zijn geraamd volgens de uitgangspunten van de voormalige, individuele gemeenten. Op deze wijze kon het beste recht gedaan worden aan de verschillen in type, omvang en locatiespecifieke omstandigheden van de projecten. In de aankomende planperiode zullen de kostenkengetallen waar nodig herzien worden.
In het kader van klimaatadaptatie is – ten opzichte van het totaal aan investeringen per jaar - een aanvullend investeringsbudget van 5% in 2019 en 2020 voorzien. Vanaf 2021 is dit 10%. Dit budget is bedoeld voor op dit moment nog onvoorziene kansen om (noodzakelijke) klimaatadaptatie te verwerken in zowel lopende als nieuwe projecten.
We activeren alle investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen:
De afschrijvingstermijn op investeringen in vrijvervalrioleringen, persleidingen, druk- en vacuüm-rioolleidingen en in de bouwkundige delen van gemalen, pompunits en randvoorzieningen bedraagt 60 jaar
De afschrijvingstermijn op investeringen in de elektro-/mechanische delen van gemalen, IBA’s, pompunits en randvoorzieningen bedraagt 20 jaar.
De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgende op het jaar van de ingebruikname van de investering.
Voorzieningen
Het saldo van de Voorziening Riolering (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2019: € 5.807.664,--.
Het saldo van de Voorziening Riolering (BBV 44.2) mag gedurende de gehele beschouwde periode (60 jaar) niet negatief zijn.
Er is geen maximum gesteld aan het saldo gedurende de beschouwde periode in de Voorziening Riolering (BBV 44.2).
Heffingseenheden
Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2019: 20.677.
De eerste 10 jaar van de beschouwde periode stijgt dit aantal tot 22.022 eenheden conform de verwachte bouwplannen. In de 10 jaar daarna stijgt dit door tot 22.741 eenheden.
Rioolheffing
De rioolheffing per heffingseenheid bedraagt in 2019 (startjaar) € 333,00.
Jaarlijks wordt uitgegaan van een kwijtscheldingspercentage van 2,7%. In het startjaar (2019) betekent dit en inkomstenvermindering van circa € 185.000,-
De rioolheffing mag maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b).
Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan. Reserveren voor tariefsegalisatie of het dekken van toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de (spaar)voorziening – is wel toegestaan.
De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de verbrede watertaken.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3
Uitgangspunten kostendekkingsplan
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent water- en rioleringsplan 2019-2023