De voornoemde uitgangspunten leiden tot het volgende uitgavenpatroon voor West Betuwe in de periode 2019 t/m 2077:
Figuur 10 – Verwacht uitgavenpatroon West Betuwe 2019-2079 (prijspeil 2018)
De weergegeven resultaten op de volgende pagina’s zijn inclusief BTW doorbelasting en inclusief verwerking van uitbreidingsinvesteringen (GrEx). Dit is conform de voorgestelde uitgangspunten uit het financiële voortraject. In dit plan is de volgende financieringswijze gehanteerd:
Variant A (basisvariant) – Sparen
Voor vervangings- en verbeteringsinvesteringen wordt vooraf gespaard via een spaarvoorziening. Op boekwaarden van restinvesteringen wordt versneld afgeschreven met de spaarbedragen uit latere jaren
Tarief blijft t/m 2022 gelijk, daarna tariefsstijging t/m 2029, met als doel het volledig wegwerken van alle (rest)boekwaarden van vervangingen en verbeteringen na 40 jaar
Variant B (alternatief) – Activeren
Alle investeringen worden geactiveerd en langjarig afgeschreven.
Tarief heeft een lichte stijging in de aankomende planperiode, daarna tariefsstijging van 6 jaar waarmee de inkomsten de lasten zo goed mogelijk volgen, zodat hoog saldo in voorziening wordt vermeden
Als investeringen worden geactiveerd leidt dit tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Ook de resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen leiden in de beschouwde periode nog tot kapitaallasten. Als de (markt)rente stijgt, stijgen de rioleringslasten direct mee. Dit zal leiden tot overeenkomstige tariefsstijgingen.
In de basisvariant worden alleen de uitbreidingsinvesteringen geactiveerd. Voor de overige investeringen wordt gespaard. Op boekwaarde die toch nog ontstaat als er onvoldoende spaarsaldo is (de restinvesteringen) wordt versneld afgeschreven. Hierdoor wordt de toename van de boekwaarde sterk gereduceerd en op langere termijn zelfs voorkomen. De lagere boekwaard(n) leiden tot lagere rentelasten en minder risico ten aanzien van toekomstige rente-ontwikkelingen.
In de alternatieve variant worden alle investeringen geactiveerd. Dit leidt tot nieuwe langdurige financiële verplichtingen en – zeker op langere termijn - tot een aanzienlijk hogere restschuld.
Basisvariant (Sparen)
Alternatief (Activeren)
Figuur 11 - verwacht verloop boekwaarden West Betuwe 2019-2079 (prijspeil 2018)
Het uitgavenpatroon zoals weergegeven in Figuur 10 in combinatie met het boekwaardeverloop in Figuur 11 leidt tot het lastenpatroon zoals weergegeven in Figuur 12. Hierin zijn ook de benodigde totaalinkomsten weergegeven om deze te kunnen dekken volgens de gestelde randvoorwaarden. De oude kapitaallasten verlopen onafhankelijk van de financieringsvariant; deze lasten blijven in beide varianten gelijk.
Door de toegevoegde spaarbedragen loopt het lastenniveau in de basisvariant aanvankelijk sterker op, maar wordt uiteindelijk een lastenniveau bereikt dat structureel lager ligt dan wanneer er niet gespaard zou worden. Hoe sneller het tarief stijgt, des te eerder kan dit structurele lastenvoordeel bereikt worden.
In de alternatieve variant leiden de directe kosten, boekwaarden en extracomptabele toerekeningen aanvankelijk tot lager lastenniveau. Met de tijd buigt dit echter om in een doorlopend stijgend – en structureel hoog blijvend - lastenpatroon (Figuur 12).
Basisvariant (Sparen)
Alternatief (Activeren)
Figuur 12 - verwacht lastenpatroon West Betuwe 2019-2079 (prijspeil 2018)
De benodigde inkomsten zoals weergegeven in Figuur 12 zijn in Figuur 13 vertaald naar het benodigde tarief van de rioolheffing. Hierbij gaat het om de gemiddelde rioolheffing per (equivalente) heffingseenheid, op basis van prijspeil 2018. Om een kostendekkend tarief te behouden dient de vermelde stijging vermeerderd te worden met de jaarlijkse indexatie op basis van inflatie.
Vanaf 2023 stijgt het tarief in de basisvariant gedurende 7 jaar met 5,4% (circa € 18,- tot €25,-) per jaar tot € 483,- in 2023. Na 40 jaar kan het tarief structureel met 15% (circa € 70,-) verlaagd worden tot € 411,-.
In de alternatieve variant stijgt het tarief vanaf 2024 gedurende 7 jaar met 1,5% (circa € 5,-) per jaar tot € 370,- in 2029. Daarna moet de lastenontwikkeling gevolgd worden door middel van een extra stijging tot € 457,- (totaal 24% over 25 jaar).
Figuur 13 - verwacht heffingsverloop West Betuwe 2019-2079 (prijspeil 2018)
In de basisvariant zorgt het variabele spaarbedrag voor een lastenegalisatie, waardoor de egalisatievoorziening (art. 44.2 BBV) in de berekening niet actief meer wordt ingezet. De in het startjaar nog wel aanwezige egalisatievoorziening wordt in de planperiode indirect verbruikt door de spaarvoorziening versneld aan te vullen vanuit de rioolheffing. Zo wordt het positieve effect van sparen maximaal benut. Gedurende het grootste gedeelte van de beschouwde periode blijft de spaarvoorziening leeg: alle jaarlijkse spaarbedragen worden nog in hetzelfde jaar volledig gebruikt voor het verminderen van de nieuwe investeringslast of het versneld afschrijven op restinvesteringen uit eerdere jaren.
Het in de alternatieve variant begrote verschil tussen baten en lasten wordt jaarlijks verwerkt in de Voorziening riolering om het tarief te egaliseren.
Basisvariant (Sparen)
Alternatief (Activeren)
Figuur 14 - verwacht verloop (saldo 31/12) van de rioleringsvoorziening(en) West Betuwe 2019-2079 (prijspeil 2018)
Hoofdstuk 6
Artikel 6.5
Rioolheffing
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent water- en rioleringsplan 2019-2023