De in de vorige paragraaf uiteengezette financieringsvarianten laten de verschillen zien tussen het activeren (afschrijven achteraf) en het sparen vooraf. Op de korte termijn geeft activeren een voordeel (langjarig afschrijven is per jaar voordeliger dan het voldoende vullen van de spaarpot), maar op lange termijn levert sparen - door het voorkomen van rentelasten - een structureel voordeel. Hoe deze twee voordelen zich tot elkaar verhouden is ten eerste afhankelijk van het aangehouden spaartempo en ten tweede van het geldende rentepercentage.
De huidige omslagrente waar mee gerekend is bedraagt 1,5%. Wanneer dit rentepercentage zou stijgen, neemt het spaarvoordeel (rente voorkomen) toe ten opzichte van het activeringsvoordeel (lasten uitsmeren naar latere jaren). In onderstaande grafiek is het kostendekkingsplan herberekend (voor zowel sparen als alles activeren) onder de aanname dat de rente vanaf 2024 tot 2029 toeneemt tot 4% of zelfs tot 8%.
Uit bovenstaande analyse volgt dat sparen leidt tot een sterk gereduceerde afhankelijkheid van renteveranderingen. In geval van alles activeren moet bij een rente van 8% een tarief bereikt worden van € 764,- (circa € 300,- hoger dan bij 1,5%). In de spaarvariant is aanvankelijk een tarief nodig van € 607,- (circa € 125,- hoger dan bij 1,5%). In de spaarvariant blijft bovendien de tariefsverlaging nog steeds mogelijk, waardoor het voordeel ten opzichte van de activeringsvariant oploopt tot circa € 325,-.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.6
Trendanalyse
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent water- en rioleringsplan 2019-2023