Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 11

– dakkapellen

Onderdeel van Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2019

Voor de realisatie van dakkapellen op woningen geldt: de maximale breedte is, aan voor- en zijkant van de woning, 50% van de gevelbreedte. Bij een gevelbreedte smaller dan 5,6 meter geldt een maximale breedte van 2,8 m; de dakkapel is gelijk in plaatsing, vorm en uitwerking aan precedenten op het betreffende dakvlak van het bouwblok; meerdere dakkapellen op hetzelfde bouwblok worden regelmatig gerangschikt op horizontale lijn (bovenlijn aanhouden); in beschermd dorpsgezicht zijn de dakkapellen minder breed, de maximale breedte kan in dat geval over meerdere dakkapellen worden verdeeld; de minimale afstand tussen de dakkapel en het hart van de bouwmuur is 1,0 m; de minimale afstand van de onderzijde van de dakkapel tot de vloer van de daar ondergelegen bouwlaag is 0,8 m; de maximale afstand van de onderzijde van de dakkapel tot de goothoogte van de dakkapel is 1,7 m; er is minimaal 1 rij dakpannen afstand tussen goothoogte, dakkapel en bouwhoogte van de woning; aan de achterzijde van een woning is de minimale afstand van dakkapel tot het hart van de bouwmuur 0,5 m. Er is geen maximale breedte van toepassing; aan de achterzijde van een woning met een doorgetrokken kap zijn twee dakkapellen boven elkaar mogelijk, waarbij de maximale breedte van de bovenste dakkapel gelijk is aan de helft van de breedte van het dakvlak. Toelichting: een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap. Dakkapellen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld. Dakkapellen zijn ondergeschikte toevoegingen aan een dakvlak.

Rechtspraak bij dit artikel