Het college verleent uitstel van betaling wanneer haar ambtshalve dan wel op basis van een gemotiveerd verzoek van belanghebbende duidelijk is dat belanghebbende geen mogelijkheid heeft om binnen de gestelde betalingstermijn tot algehele aflossing van de vordering over te gaan.
Voor zover belanghebbende beschikt over aflossingscapaciteit verbindt het college aan het verleende uitstel de voorwaarde dat deze aflossingscapaciteit wordt aangewend ter aflossing van de openstaande schuld.
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid verbindt het college, wanneer het een fraudevordering betreft, aan de verlening van (verder) uitstel de extra voorwaarde dat belanghebbende zijn (toekomstig) vermogen aanwendt voor zover dit meer bedraagt dan € 2.000,00 bij een alleenstaande of € 3.000,00 bij een alleenstaande ouder of gehuwden.
Bij de vaststelling of belanghebbende over vermogen beschikt als bedoeld in het derde lid:
worden de vorderingen die het gevolg zijn van te veel ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten; en
is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d van de PW van overeenkomstige toepassing.
Het uitstel wordt ingetrokken wanneer de belanghebbende de nader overeengekomen aflossing niet nakomt.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 10.
Uitstel van betaling
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Purmerend 2019