Wanneer belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de PW, de IOAW of de IOAZ, is het aflossingsbedrag gelijk aan maximaal 5% van de bijstandsnorm.
In afwijking van het gestelde in het eerste lid, wordt met een betalingsvoorstel van de belanghebbende ingestemd voor zover daarmee de vordering of geldlening binnen een periode van 24 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 25,00 per maand bedraagt.
In geval van beslaglegging door een derde (dat wil zeggen een andere schuldeiser dan het college), kan de aflossingsverplichting ingevolge de bovengenoemde leden voor alle vorderingen worden bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d Rv.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 11.
Maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitkeringsgerechtigden
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Purmerend 2019