De hoogte van de aflossingscapaciteit wordt gedurende zes maanden na verzenddatum van het beëindigings- of intrekkingsbesluit, vastgesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks afloste tijdens de uitkeringsperiode of had kunnen aflossen.
Na afloop van de termijn zoals bedoeld in het eerste lid, wordt de aflossingscapaciteit vermeerderd met 35% van het bedrag waarmee het inkomen inclusief vakantiegeld meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantiegeld, dan wel IOAW- of IOAZ-grondslag inclusief vakantiegeld.
Wanneer tijdens het nemen van een terugvorderingbesluit geen uitkering (meer) wordt ontvangen, wordt de maandelijkse aflossingscapaciteit direct vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 12, eerste lid en vermeerderd zoals bedoeld in artikel 12, tweede lid.
De aflossingscapaciteit wordt niet hoger vastgesteld dan het bedrag dat volgens het bepaalde in artikel 475d Rv voor beslag in aanmerking zou komen.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 12.
Maandelijkse aflossingscapaciteit bij niet-uitkeringsgerechtigden
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Purmerend 2019