4.10.1Wat verstaan we eronder?
Met betrekking tot het wonen in een geschikt huis is er een grote diversiteit aan oplossingen. Van goed-koop tot duur, van eenvoudig tot complex, materieel en immaterieel.
Een eigen woning kan zowel een gekochte woning zijn als een huurwoning. Ook bij afwijkende situaties, zoals een (woon)boot of een woonwagen met vaste standplaats wordt in principe gesproken van woning.
4.10.2Resultaat
Een woningaanpassing heeft als doel heeft normaal gebruik van de woning mogelijk maken. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de elementaire woonfuncties mogelijk moeten zijn: slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel en het zich verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woning.
4.10.3Afwegingskader
Eigen inspanningen
Van inwoners wordt in het algemeen verwacht dat zij ervoor zorgen dat hun woonsituatie past bij hun levens-fase. Ook wordt verwacht dat zij zich tijdig voorbereiden op het langer in de eigen woning blijven wonen. Daarbij mag er van uit worden gegaan dat rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de toekomst. Dat wil zeggen dat zij zich oriënteren op de woningmarkt om de afweging te kunnen maken tussen het blijven wonen in de huidige woning en verhuizen naar een woning die geschikt is om lang in te blijven wonen.
Algemeen gebruikelijke renovatie
Voorzieningen in een woning hebben een bepaalde economische en technische levensduur. De economische levensduur is gebaseerd op de periode waarbinnen de gemiddelde Nederlander de voorziening afschrijft en overgaat tot vervanging. De technische levensduur is afhankelijk van de kwaliteit van de voorziening en verstrijkt op het moment dat de voorziening niet meer goed functioneert.
Als de levensduur van de voorziening is verstreken dan is het algemeen gebruikelijk om deze voorziening te vervangen/te renoveren. Van inwoners wordt verwacht dat zij zelf de kosten voor een algemeen gebruikelijke renovatie dragen. Ook als een inwoner bijvoorbeeld door een beperking is aangewezen op een inloopdouche en het bad waarvan de economische levensduur is verstreken technisch nog voldoet (Rb. Den Haag, nr. AWB 11/4293).
Bij de bepaling van de economische levensduur sluit het college als richtlijn aan bij de richtlijnen van de Landelijke Huurcommissie (https://www.huurcommissie.nl/fileadmin/afbeeldingen/Downloads/Handleidingen/Beleidsboek_huurverhoging_na_woningverbetering__versie_juni_2017.pdf).
Voorziening:
Economische levensduur in jaren:
Badkamer/douche/sanitair
25
Toilet
15
Keuken
15
In individuele situaties wijkt het college gemotiveerd af van deze richtlijnen als de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een reden om af te wijken kan zijn dat de voorziening zeer goed of zeer slecht is onder-houden, waarbij ook de persoonskenmerken van de inwoner een rol spelen. Het college weegt hierbij ook de in artikel 4.2.4 van deze beleidsregels opgenomen criteria af.
Mantelzorgwoning
Mantelzorgers kunnen soms op eigen terrein vergunningsvrij een mantelzorgwoning realiseren. Daarbij is uitgangspunt dat de uitgaven die de verzorgde(n) had(den) voor de situatie van de mantelzorg in de mantel-zorgwoning, aan het wonen in deze woning besteed kunnen worden. Daarbij kan gedacht worden aan huur, kosten nutsvoorzieningen, verzekeringen enz., maar ook kosten voor een hypotheek. Met die middelen zou een mantelzorgwoning gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze middelen besteed kunnen worden aan een lening of hypotheek om een mantelzorgwoning (deels) van te betalen. De gemeente kan adviseren en ondersteunen als het gaat om de nodige vergunningen op het gebied van de ruimtelijke ordening. Aan de mantelzorgwoning zijn eisen op het gebied van handhaving verbonden:
Er moet aantoonbaar sprake zijn van een mantelzorgrelatie.
De woning moet voldoen aan de eisen van het vergunningsvrij bouwen.
Het moet gaan om een tijdelijke woonsituatie.
De inwoner kan het realiseren van een mantelzorgwoning zelf regelen.
4.10.4De maatwerkvoorziening Woningaanpassing
Voorwaarde: er is een woning
Voor een maatwerkvoorziening van de gemeente is er een belangrijke voorwaarde: er moet een woning zijn. Als er geen woning is, is het niet de taak van de gemeente om voor een woning te zorgen. Een aanvraag voor een woningaanpassing kan worden beoordeeld als betrokkene beschikt over een getekend huurcontract of een getekend koopcontract.
Hulpmiddelen in de woning
Het college kan hulpmiddelen voor in de woning verstrekken voor zover deze noodzakelijk en niet gebruikelijk zijn en er geen voorliggende voorzieningen mogelijk zijn.
Inpandige aanpassing
Als een inpandige aanpassing mogelijk is, bijvoorbeeld in de situatie van een ruime benedenverdieping, zal het
college allereerst die situatie beoordelen, voordat uitbreiding van de woning aan de orde komt.
Bouwkundige aanpassingen
Bouwkundige aanpassingen zijn niet- en nagelvaste voorzieningen.
Bij grotere bouwkundige aanpassingen aan de woning werkt het college altijd eerst met een programma van eisen, waarmee zo nodig 2 of meer offertes opgevraagd kunnen worden. Voor woningaanpassingen moeten offertes aangeleverd worden om de goedkoopste maatwerkvoorziening te bepalen. Voor verschillende kleinere woonvoorzieningen zoals trapliften, is duidelijk van welke prijs uitgegaan kan worden en zijn offertes niet nodig.
Als het gaat om een huurwoning betaalt het college het bedrag voor de bouwkundige aanpassing uit aan de eigenaar van de woning. De beschikking voor de bouwkundige aanpassing wordt verstuurd aan de aanvrager/ inwoner met een afschrift aan de eigenaar van de woning.
Aanbouw bij eigen woning
Als het gaat om een aanvraag voor de aanbouw bij een eigen woning zal het college allereerst beoordelen wat iemands mogelijkheden zijn om uit een oogpunt van kosten zelf in de voorziening te voorzien. Als het mogelijk is deze aanbouw zelf te financieren, bijvoorbeeld door een hypotheek op de woning te vestigen waarvan niet wordt afgelost, zodat de kosten beperkt blijven tot de rentekosten, waarop bij belastingaangifte renteaftrek mogelijk is, zal eerst naar deze mogelijkheid gekeken worden.
Voorkeur van inwoner
Uiteraard kan de gemeente bij het bepalen van de te verstrekken voorziening ook met de voorkeur van de inwoner rekening houden. Sociale omstandigheden kunnen een rol spelen bij de afweging wel of niet verhuizen.
Verhuizing
Bij ingrijpende aanpassingen beoordeelt het college of het resultaat van het wonen in een geschikt huis, ook te bereiken is via een verhuizing. Hierbij zullen alle aspecten worden meegewogen: financiële consequenties van de verhuizing, de termijn waarop een woning beschikbaar komt (in verband met de medisch verantwoorde termijn), de argumenten pro en contra verhuizing ten aanzien van de betrokkene en argumenten op basis van eventueel aanwezige mantelzorg. Een zeer zorgvuldige afweging van alle argumenten zal aan het besluit ten grondslag worden gelegd. De aanpassingskosten van de huidige woonruimte moeten worden afgezet tegen de kosten van verhuizing voor de inwoner, het eventueel aanpassen van de nieuwe woning en het eventueel vrijmaken van de woning. Om een totale kostenvergelijking te maken zou, als de "nieuwe" woning leeg staat, tevens rekening moeten worden gehouden met een eventuele tegemoetkoming.
Verhuiskostenvergoeding
Bij het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding houdt het college rekening met de mate waarin de verhuizing te verwachten of te voorspellen was. Bij een te verwachten of voorspelbare verhuizing wordt in principe geen verhuiskostenvergoeding toegekend.
Weigeringsgronden
Geen maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening wordt verstrekt:
Voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.
Ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting.
Voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan voorzieningen ten behoeve van de toegankelijkheid van deze ruimte.
Indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is.
Indien de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college.
Indien de aanvraag voorzienbaar was op basis van de beperking die inwoner ondervindt.
Er worden geen hobby- of studeerruimtes aangepast of bereikbaar gemaakt, omdat het hier geen elementaire woonfuncties betreft. Ook worden geen aanpassingen vergoed voor voorzieningen met een therapeutisch doel zoals dialyseruimte en therapeutisch baden.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.10