4.11.1Wat verstaan we eronder?
De Wmo heeft tot doel om de inwoner te laten participeren in de samenleving. Vervoer speelt hierbij een belangrijke rol. Wanneer een inwoner problemen ervaart op het gebied van vervoer zal worden onderzocht of en welke beperkingen inwoner heeft en wat de vervoersbehoefte is.
4.11.2Resultaat
De inwoner kan zich zelfstandig verplaatsen in en om de woning.
De inwoner kan door hulp bij vervoer deelnemen aan het sociaal verkeer, deelnemen aan activiteiten en algemene voorzieningen bereiken (school, dokter, winkels, sport, etc.).
4.11.3Afwegingskader
Om voor een maatwerkvoorziening vervoer in aanmerking te komen zal het college eerst nagaan of in het gesprek alle mogelijke alternatieven al zijn beoordeeld.
Eigen inspanningen
Voor het oplossen van vervoersproblemen zijn er diverse voorliggende en gebruikelijke oplossingen:
Het blijven gebruiken van de eigen auto.
Taxivervoer of vervoer via familie, vrienden en/of vrijwilligers.
Fiets met lage instap en/of hulpmotor.
Tandem.
Mogelijkheid om met het openbaar vervoer te reizen
Wat het vervoer betreft, moet in eerste instantie afgewogen worden of de persoon in kwestie nog met het openbaar vervoer kan reizen.
Begeleiding bij het vervoer
Primair is de persoon in kwestie (of zijn vertegenwoordiger) zelf verantwoordelijk voor het vinden van oplossingen voor het begeleidingsvraagstuk bij vervoer. Bijvoorbeeld via het eigen netwerk of via vrijwilligers.
Algemene voorzieningen
Het college beoordeelt in hoeverre de aanvrager gebruik kan maken van een algemene voorziening zoals bijvoorbeeld de 3B bus.
Voorzieningen op grond van andere wetgeving
Vervoer naar werk of school
Voor vervoer naar school is men zelf verantwoordelijk. In bepaalde gevallen (bijvoorbeeld bij speciaal onderwijs verder dan 6 km vanaf de woning) kan leerlingenvervoer bij de gemeente worden aangevraagd op grond van de Verordening leerlingenvervoer.
Als bij vervoer naar werk beperkingen worden ervaren kan men hiervoor een beroep doen op de werkgever of op het UWV.
Vervoer vanuit de zorgverzekeraar
Het basispakket vergoedt vervoer per ambulance voor medische zorg naar een ziekenhuis, instelling of zorgverlener.
De verzekeraar vergoedt alleen ziekenvervoer per auto of openbaar vervoer bij:
Nierdialyses in een instelling.
Oncologische behandelingen met chemotherapie of radiotherapie.
Zich alleen per rolstoel kunnen verplaatsen.
Zich alleen met begeleiding kunnen verplaatsen vanwege een beperkt gezichtsvermogen.
Valys
Voor vervoer buiten het Wmo-gebied kan de inwoner gebruik maken van het Valys vervoerssysteem. Om Valys aan te vragen moet de inwoner kunnen aantonen dat hij een beschikking heeft voor een vervoers- of rolstoelvoorziening.
4.11.4Wmo maatwerkvoorziening Vervoer
Als bovenstaande voorliggende oplossingen niet adequaat zijn kan het college een maatwerkvoorziening inzetten. Mogelijke maatwerkvoorzieningen zijn:
Collectief taxivervoer
Individueel taxivervoer
Een aangepast vervoermiddel
Vervoersbehoefte
Als het college ondersteunt zal allereerst gekeken worden waar de vervoersbehoefte van de aanvrager/ betrokkene uit bestaat.
Om beperkingen en vervoersbehoefte inzichtelijk te maken onderscheiden we 3 soorten afstanden:
De korte afstanden: loop- en fietsafstand in de directe omgeving ( bijvoorbeeld om een brief te posten, kinderen naar school te brengen of de dichtstbijzijnde winkels te bezoeken of om überhaupt zich in de woning te kunnen verplaatsen.
De middellange afstanden: dat zijn de afstanden die een persoon zonder beperkingen per fiets, brommer, auto of openbaar vervoer aflegt binnen de regio ( bijvoorbeeld naar een (groter) winkelcentrum, ziekenhuis of uitgaanscentra).
De lange afstanden: naar bestemmingen buiten de regio.
Met het totaalpakket aan vervoersvoorzieningen wordt de inwoner in staat gesteld om in zijn dagelijkse vervoersbehoefte te voorzien. Er wordt daarbij uitgegaan van maximaal 1500 km per jaar. Dit is vergelijkbaar met 300 vervoerszones. Indien daar aanleiding voor is kan het college dit aantal ophogen. Bij dit aantal kilometers kan het gebruik van een andere verstrekte voorziening zoals een scootmobiel, van invloed zijn op het te verstrekken aantal zones.
Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt verwezen naar de financiële bijlage bij de beleidsregels.
Goedkoopst adequaat
Als er meerdere adequate voorzieningen zijn waarmee inwoner in zijn vervoersbehoefte kan voorzien, dan wordt er gekozen voor de goedkoopste. Het primaat hierbij ligt bij de collectieve vervoersvoorziening.
Beltax
De Beltax biedt vervoer van deur tot deur voor mensen met een beperking tot zo’n 15 tot 20 km afstand vanaf de woning van de inwoner. De inwoner kan een loophulpmiddel, rolstoel of scootmobiel meenemen in het vervoer. Ook kan een medereiziger (tegen een hoger tarief) of een begeleider (gratis, mits medisch gezien noodzakelijk) meereizen.
Voor begeleiding is een beschikking nodig. Wie een beschikking voor begeleiding heeft, heeft een zodanige beperking dat alleen reizen niet verantwoord is en deze persoon mag dan ook niet zonder begeleiding reizen.
Begeleiding bij het reizen
Voor een aantal mensen met een beperking is het noodzakelijk dat zij bij het reizen begeleid worden. Reisbegeleiding kan nodig zijn in de volgende situaties:
De gebruiker heeft begeleiding nodig tijdens het vervoer (medisch en / of psychosociaal);
De gebruiker is niet in staat om zich bij vertrek of aankomst zelfstandig voort te bewegen, ook niet met gebruikmaking van een elektrische of handbewogen rolstoel;
De gebruiker heeft een visuele beperking en kan zich niet zelfstandig voortbewegen op een voor hem onbekende plek;
De gebruiker heeft een verstandelijke beperking waarbij voortdurende begeleiding nodig is;
De gebruiker heeft een psychiatrisch of psychosociaal probleem waarbij voortdurende begeleiding nodig is.
Aangepast vervoermiddel
Om gebruik te kunnen maken van een aangepast vervoermiddel moet de verkeersveiligheid beoordeeld worden. Dat wil zeggen:
De inwoner moet in staat zijn om het vervoermiddel waar hij eventueel voor in aanmerking komt, veilig te besturen en in staat zijn om zich veilig in het verkeer te begeven.
Als het niet duidelijk is of inwoner verkeersveilig is, dan kan de gemeente een aantal observatielessen laten plaatsvinden.
Scootmobiel
Een scootmobiel is bedoeld voor vervoer op de korte en middellange afstanden en kan, afhankelijk van de vervoersbehoefte, worden gebruikt als aanvulling op het collectief vervoer.
Belangrijk is dat er een stallingmogelijkheid is, beschut tegen wind en regen, voor de scootmobiel is met een elektriciteitspunt voor het opladen van de accu’s. Als dit niet het geval is, komen ook de kosten voor de aanleg van een stalling of elektriciteitspunt mogelijk voor vergoeding in aanmerking.
Programma van eisen
Als er noodzaak bestaat voor een scootmobiel kan via ergotherapeutisch advies door het college een programma van eisen worden opgesteld. In het programma van eisen dat wordt opgesteld om het een adequate voorziening te laten zijn voor de aanvrager, dienen de volgende onderwerpen aan de orde te komen:
Het gebruik
Het gebruiksgebied
De zithouding
De meeneembaarheid
De lichaamsmaten.
Fietsvervoer
Er kan een driewielfiets worden verstrekt voor degenen die voor fietsvervoer daarop zijn aangewezen. Leeftijd hoeft daarbij niet van belang te zijn, hoewel er voor de verstrek¬king aan kinderen wel sprake moet zijn van behoefte aan verplaatsing. Een normale (kinder)driewieler kan als algemeen gebruikelijk worden beschouwd en komt niet voor verstrekking in aanmerking. Alle driewielfietsen in bijzondere uitvoering voor kinderen komen in principe wel voor verstrekking in aanmerking.
Van belang voor het verstrekken van een driewielfiets is of de betrokkene een evenwichtsprobleem heeft, wel of niet in staat is een normale fiets te gebruiken en of er stallingruimte aanwezig is of gecreëerd kan worden.
Autoaanpassingen
Bij het verstrekken van autoaanpassingen, beoordeelt het college of er sprake is van meerkosten ten opzichte van de periode voordat de beperkingen ontstonden. Alleen dan komt men in aanmerking voor een maatwerk-voorziening.
Het verstrekken van een PGB voor een autoaanpassing is alleen mogelijk indien de inwoner gezien de aard van de beperking geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, geen gebruik kan maken van het aanvullend collectief vraagafhankelijk vervoer en geen gebruik kan maken van een taxi en de inwoner wel in staat is zich met een eigen auto te verplaatsen en bovenstaande wordt ondersteund door een indicatie. Er wordt alleen een PGB voor een autoaanpassing verstrekt voor een auto indien deze niet ouder is dan 36 maanden op de datum van aanvraag voor een autoaanpassing. Deze vergoeding wordt slechts 1 maal per 7 jaar verstrekt.
Als een inwoner zonder aanpassingen geen gebruik kan maken van zijn auto en het collectief vervoer niet voldoet, kunnen autoaanpassingen worden vergoed. Bij autoaanpassingen wordt beoordeeld of het specifiek voor mensen met een beperking bedoelde voorzieningen betreft die meer kosten dan gebruikelijke auto-aanpassingen (dus geen stuurbekrachtiging of cruise controle). In de oude Wmo werd uitgegaan van een levensduur van minimaal 7 jaar van de aanpassingen; dit is in praktijk een redelijke termijn gebleken waarop opnieuw aanpassingen kunnen worden verstrekt (uiteraard rekening houdend met de persoonskenmerken van de aanvrager op dat moment). Bij verstrekking van aanpassingen is het daarom redelijk om van de aanvrager te verlangen dat hij aantoont dat de aan te passen auto de investering nog waard is (dus naar verwachting nog minimaal 7 jaar mee kan).
Sportvoorziening
Sporten kan een belangrijk middel tot participatie zijn. Wanneer het voor de inwoner zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn -dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport, kan een sportvoorziening worden verstrekt. Dat kan een sportrolstoel zijn maar ook een ander hulpmiddel. Het is redelijk om maximaal eens per drie jaar hiervoor een PGB te verstrekken. De aanvrager moet aantonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening en dat hij lid is van een sportvereniging. De ervaring leert dat sportclubs, sponsors of fondsen vaak bereid zijn een deel van de kosten te vergoeden. Bovendien kost sporten zonder beperking ook geld dus mag van de aanvrager zelf ook worden verwachten dat hij een deel van de kosten draagt.
Niet anti revaliderend
Er wordt geen vervoersvoorziening verstrekt als het gebruik daarvan in strijd met een behandelplan van de aanvrager en nadelig is voor de revalidatie.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.11