Een PGB kan een geschikte verstrekkingsvorm zijn voor de jeugdige of zijn ouders. De gemeente vindt het van belang dat mensen de regie over hun eigen leven kunnen voeren. De gemeente vormt zich een oordeel of de jeugdige of zijn ouders voldoen aan de wettelijke voorwaarden (artikel 8.1.1. Jeugdwet) om in aanmerking te komen voor een PGB.
5.6.1Voorlichting
Zoals uit de Jeugdwet is af te leiden, is het belangrijk dat de jeugdige of zijn ouders vooraf goed weten wat het PGB inhoudt en welke verantwoordelijkheden ze daarbij hebben. Tijdens het eerste gesprek, maar ook later tijdens de aanvraagprocedure, zullen de jeugdige of zijn ouders door de jeugdconsulent worden geïnformeerd. Daarnaast verzorgt het servicecentrum PGB van de Sociale verzekeringsbank (SVB) voorlichting voor en ondersteuning van budgethouders.
5.6.2Toetsen bekwaamheid van de aanvrager
Overwegende bezwaren zijn er als er een ernstig vermoeden is dat de budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een PGB. De situaties waarbij het risico groot is dat het PGB niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel, zijn:
De budgethouder is handelingsonbekwaam.
De budgethouder heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke beperking of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie.
Er is sprake van verslavingsproblematiek.
Er is sprake van schuldenproblematiek.
Er is eerder misbruik gemaakt van het PGB.
Er is eerder sprake geweest van fraude.
Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een PGB niet gewenst is. In deze situaties kan een PGB worden geweigerd. Om een PGB af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onder-bouwing wordt in de beschikking vermeld.
Bij zwaardere ondersteuningsvormen, zoals maatschappelijke opvang, beschermd wonen, (dag)behandeling en ambulante specialistische jeugdhulp zal goed gekeken worden naar of een cliënt regiemogelijkheden heeft en of de beoogde ondersteuning aansluit op de benodigde kwaliteit en de te behalen resultaten. Bij twijfels zal geen PGB voor deze zorgvormen worden toegekend.
5.6.3Hoogte PGB
De gemeenteraad heeft in de Verordening Sociaal Domein de maximum tarieven voor een PGB vastgesteld. De hoogte van het PGB wordt vastgesteld aan de hand van het onderdeel PGB in het arrangement. De zorgvrager vraagt een offerte op. Er wordt een onderscheid gemaakt in een formeel PGB en informeel PGB.
Formeel PGB
Met een formeel PGB neemt men de voorziening af van een professional. Een professional is een bij de Kamer van Koophandel (KvK) ingeschreven organisatie, een zelfstandige zonder personeel of freelancer die zich blijkens de bedrijfsomschrijving zoals vermeld in het handelsregister van de KvK, primair richt op de benodigde ondersteuning zoals vastgesteld in het ondersteuningsplan. De professional heeft een specialistische vakopleiding afgerond. De professional staat geregistreerd bij het Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ).
De kwaliteitseisen die in artikel 5.7 zijn omschreven, zijn ook van toepassing op de professionals die middels een formeel PGB gefinancierd zijn. De maximale hoogte van een formeel PGB is begrensd op 100% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate door het college ingekochte individuele voorziening in natura (artikel 5.6 lid 3 onder a Verordening Sociaal Domein). Een jeugdige of zijn ouders die een duurdere voorziening wensen dan de voorziening die het goedkoopst adequaat is, betaalt de meerkosten zelf.
Informeel PGB
Bij een informeel PGB neemt men de voorziening af van een niet-professional. Onder een niet-professionele hulpverleners vallen onder andere inwoners die niet beroepsmatig hulp verlenen (mensen uit het sociaal netwerk), werkstudenten en ZZP’ers zonder specialistische relevante opleiding. De maximale hoogte van een informeel PGB is begrensd op 51,7% van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate door het college ingekochte individuele voorziening in natura (artikel 5.6 lid 3 onder b Verordening Sociaal Domein).
5.6.4Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een PGB
Een individuele voorziening in de vorm van een PGB wordt alleen verstrekt indien de jeugdige of zijn ouders dit vragen aan de hand van een opgesteld PGB plan. In dit plan moet het volgende staan:
De jeugdige of zijn ouders moeten in dit plan helder maken waarom de jeugdige of zijn ouders willen dat de individuele voorziening als budget geleverd moet worden;
De jeugdige of zijn ouders moeten zich gemotiveerd op het standpunt kunnen stellen dat de verstrekking van een budget leidt tot een beter passende ondersteuning dan een oplossing via Zorg in Natura. Een jeugd-consulent kan advies vragen aan het expertteam indien het niet duidelijk is of een PGB daadwerkelijk tot betere passende ondersteuning leidt. Het budget moet in het individuele geval de zelfredzaamheid (regie) dus versterken of tenminste op peil houden. Bijvoorbeeld: als iemand is aangewezen op zorg én ondersteuning die door verschillende aanbieders wordt geboden en dat aantal met een budget kan worden teruggebracht of de ondersteuning op beter gepaste tijden kan worden ingekocht.
In het plan moeten de afspraken staan tussen de jeugdige of zijn ouders en leverancier(s), waaronder:
De benodigde inzet van professionals.
Benodigd budget op basis van het te behalen resultaat.
Afgesproken resultaat en wijze van evaluatie van het resultaat.
Dit moet vormgegeven worden in een zorgovereenkomst.
De offerte voor een PGB moet toereikend zijn om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen. De hoogte van een PGB voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en indien noodzakelijk verzekeringen.
Het budget mag niet worden besteed aan:
Reiskosten van zowel zorgverlener als jeugdige of ouder.
Feestdagenuitkeringen.
Een bemiddelingsbureau dat de administratieve verwerking van het budget uitvoert.
Een vrij besteedbaar bedrag/vrijwilligersvergoeding.
Er worden eisen gesteld aan de professionele hulpverlening. Zo moet aantoonbaar gemaakt worden dat de zorg geleverd wordt door iemand die de competenties heeft om de behoefte aan zorg en ondersteuning in beeld te brengen. De professionele ondersteuning moet onder meer kennis hebben van (consequenties van) opgroei- en opvoedproblemen, de mogelijkheden van het zorgaanbod kennen, kunnen meedenken met de jeugdige of zijn ouders, maar ook grenzen kunnen aangeven. Dit betekent dat een hulpverlener bewezen een professionele opleiding heeft gevolgd ofwel aantoonbaar kan maken dat het bovenstaande het geval is.
In het plan van de jeugdige of zijn ouders kunnen zij de wens uitspreken om het sociale netwerk of mantelzorgers in te willen zetten. De gemeente is van mening dat de beloning van het sociale netwerk in elk geval beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is dan zorg in natura. Ook moeten de jeugdige of zijn ouders dan aantoonbaar maken dat alle eisen zoals onder punt 6 door het sociale netwerk gedaan kunnen worden.
Betaling van het eigen netwerk is alleen mogelijk als dit leidt tot betere en effectievere ondersteuning. Dit wordt bepaald aan de hand van de volgende afwegingscriteria:
Het type hulp dat wordt geleverd.
De frequentie van de hulp.
Of er sprake is van een tijdelijke hulpvraag of van hulp over een lange periode.
De mate van verplichting: kan degene die de hulp levert een keer overslaan als hij/zij ziek is of op vakantie wil, of is dit niet mogelijk? Dit laatste aspect wordt gezien als zwaarwegend punt.
Een PGB dient door de inwoner binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.
De toekenning van een PGB eindigt wanneer:
De budgethouder verhuist naar een andere gemeente.
De budgethouder overlijdt.
Als de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken.
Als de budgethouder aangeeft dat zijn situatie is veranderd en (de gemeente) vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet.
De budgethouder geen verantwoording aflegt.
De budgethouder zijn PGB laat omzetten in Zorg in Natura.
5.6.5Trekkingsrecht
In de Jeugdwet is de verplichting opgenomen dat gemeenten PGB’s uitbetalen in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het PGB niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op rekening van het servicecentrum PGB van de SVB.
De budgethouder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zijn geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling van de zorgverlener. De niet bestede PGB bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente.
5.6.6Monitoring
Per individuele beschikking wordt de frequentie van de monitoring vastgelegd. De monitoring vindt minimaal 1 keer per jaar plaats. De monitoring richt zich op de afspraken in het ondersteuningsplan.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.6