In de Jeugdwet zijn kwaliteitseisen voor jeugdhulpaanbieders opgenomen (hoofdstuk 4, paragraaf 1) zoals in het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag en de registratie in een beroepsregister. De aanbieder en haar medewerkers dienen zich aan deze eisen te houden. De controle op de wettelijke kwaliteitsaspecten voor jeugdhulpaanbieders is een taak van de inspectie. Concrete kwaliteitsafspraken liggen vast in inkoopcontracten.
Nieuwe aanbieder
De gemeente checkt of aanbieders bekend zijn bij de inspectie. Als dit niet het geval is, meldt de gemeente de nieuwe aanbieders bij het Samenwerkend Toezicht Jeugd. De inspectie maakt een risicoanalyse van de nieuwe toetreder en beoordeelt op basis van de uitkomsten daarvan of nader onderzoek en beoordeling van de nieuwe toetreder nodig is. De inspectie baseert zich hierbij op de kwaliteitseisen die vastgelegd zijn in de Jeugdwet. De inspectie bezoekt in ieder geval nieuwe toetreders die jeugdhulp met verblijf en/of daghulp aanbieden. Het toezicht resulteert in een openbaar rapport waarin staat of de aanbieder voldoet aan de eisen.
Algemene uitgangspunten
De hier geformuleerde algemene uitgangspunten zijn te beschouwen als richtlijnen voor goede ondersteuning van professionals voor de jeugdige of zijn ouders. Dit geldt zowel voor een verstrekking in de vorm van een PGB als in een verstrekking van Zorg in Natura. De gemeente verstrekt alleen zorg als aan de levering van zorg aan onderstaande kwaliteitseisen is voldaan. De richtlijnen worden gebruikt om te toetsen of een maatwerk-voorziening voldoet aan de kwaliteitseisen van de gemeente.
De jeugdige of zijn ouders hebben de regie
Het professioneel handelen van de gemeente en leverancier van de voorziening is gericht op het behoud, het herstel en versterken van de eigen regie van de jeugdige of zijn ouders en het versterken van het sociale netwerk en de veerkracht.
Als het handelen van de jeugdige een ernstig gevaar oplevert voor hem en/of zijn omgeving dan moet de professional actie ondernemen. Ondersteuning sluit redelijkerwijs aan bij de leefwereld van de jeugdige of zijn ouders, in taalgebruik, denkniveau, cultuur en tempo en houdt rekening met de levensfase en de eigen kracht.
Welke ondersteuning nodig is, wordt in samenspraak met de jeugdige of zijn ouders opgesteld, uitgevoerd en geëvalueerd.
De ondersteuning is veilig
De relatie tussen jeugdige of zijn ouders en professional is voor de jeugdige of zijn ouders voldoende vertrouwd en stabiel. Wijzigingen in gemaakte afspraken tussen jeugdige of zijn ouders en professional worden tijdig en op een bij de inwoner passende manier gemeld.
De professional is in staat ervoor te zorgen dat de relatie voor beide partijen veilig is, zowel lichamelijk als mentaal.
Er is overeenstemming met de jeugdige of zijn ouders over welke informatie gedeeld wordt en met wie, met in achtneming van de privacywetgeving.
De professional onderneemt actie bij gesignaleerde onveiligheid in de leefsituatie en het sociale netwerk van de jeugdige, conform de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling.
De ondersteuning garandeert continuïteit, samenhang en resultaten
De professional heeft de kennis, houding en vaardigheden voor de betreffende hulpvraag en onderhoudt deze. De professional heeft krijgt de ruimte om hierin zelf keuzes te maken.
De ondersteuning van de professional in relatie met de jeugdige of zijn ouders is aantoonbaar gericht op het behalen van de afgesproken resultaten en dit wordt geëvalueerd en indien nodig bijgesteld.
De professional is op de hoogte van de andere hulpverleners die bij een jeugdige of zijn ouders betrokken zijn. Hij consulteert andere hulpverleners bij vragen en werkt samen waar dat zinvol is voor de te behalen doelstellingen van het ondersteuningsplan.
Als een organisatie de individuele voorziening verstrekt heeft deze een toegankelijke klachtenprocedure die onafhankelijke afhandeling van klachten garandeert en waarvan de jeugdige of zijn ouders op de hoogte zijn gesteld.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.7