4.1Opstellen beleidsregel
Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan. Op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de gemeente de bevoegdheid (niet de verplichting) om beleidsregels vast te stellen en burgemeester en wethouders moeten zich aan hun eigen beleidsregels houden. Het formuleren van beleidsregels heeft als voordeel dat een grote mate van uniformiteit kan worden bereikt. Verder kan op eenvoudige wijze, dus zonder planherziening aanpassing van de beleidsregels plaatsvinden, waardoor een grote mate van flexibiliteit kan worden bereikt. Zijn de beleidsregels vastgesteld en bekendgemaakt, dan kan daar in de besluitvorming zonder meer naar worden verwezen.
In bijzondere gevallen kan gebruik worden gemaakt van de inherente afwijkingsbevoegdheid (artikel 4:84 Awb). Per geval moet worden bekeken of de belangen voldoende zijn afgewogen. Een afwijking van de beleidsregels is alleen gerechtvaardigd in bijzondere omstandigheden en niet voor situaties waarmee bij de opstelling van de beleidsregel rekening had moeten worden gehouden. Onder bijzondere omstandigheden valt niet dat het vertrouwen is gewekt dat medewerking zou worden verleend. Ook moet er altijd een deugdelijke belangenafweging plaatsvinden om vast te kunnen stellen of sprake is van bijzondere omstandigheden. Verder is het aanwezig zijn van bijzondere omstandigheden niet altijd voldoende om van beleidsregels af te wijken. Er moet onevenredigheid ontstaan bij toepassing van de beleidsregels en de onevenredigheid moet ook nog zijn gerelateerd aan de doelstelling van die beleidsregels. De motivering van de afwijking moet in ruimtelijke termen worden gegoten.
4.2Inwerkingtreding
Bekendmaking van de beleidsnotitie vindt plaats door kennisgeving in het Gemeenteblad. Deze beleidsregel is een dag na bekendmaking in werking getreden. Op grond van artikel 8:2 juncto 7:1 Awb is een beleidsregel niet vatbaar voor bezwaar en beroep.
4.3Implementeren van de beleidsregel
De beleidsnotitie kan worden gebruikt om individuele aanvragen te toetsen waarbij voor de motivering wordt verwezen naar voorliggende beleidsregels.
Bestemmingsplan
De beleidsregel kan worden gebruikt om bestaande paardenhouderijen te bestemmen en nieuwe aanvragen te toetsen of om te gebruiken in het handhavingstraject. In beide situaties kan voor de motivering worden verwezen naar de vastgestelde beleidsregels. Het alleen vaststellen van beleid als gemeentelijke beleidsregel is in de praktijk onvoldoende, een goede wettelijke basis is noodzakelijk.
Bij de globale bestemmingsplannen geldt dit beleidskader, voor het overige gelden de huidige regels in de bestemmingsplannen. Bij actualisatie van bestemmingsplannen worden voorliggende beleidsregels geïmplementeerd. De bestemmingen zoals opgenomen in bijlage 2 worden hierbij gebruikt.
4.4Slotregel
Citeertitel en inwerkingtreding
Deze beleidsnotitie wordt aangehaald als: “Beleidsnotitie Paardenhouderijen Midden-Groningen 2019”.
Zij treden in werking de dag na bekendmaking.
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen 23 juli 2019,
Adriaan Hoogendoorn,
De burgemeester.
Henk Mulder,
De secretaris.
Bijlage 1 Verklarende woordenlijst
Bedrijfsmatige paardenhouderij
Een paardenhouderij die gericht is op het genereren van een voldoende bedrijfsresultaat en qua omvang en aard van de activiteiten als inrichting kan worden aangemerkt op grond van de Wet milieubeheer. Binnen deze categorie kan onderscheid worden gemaakt in de volgende subcategorieën:
Productiegerichte paardenhouderij:
grondgebonden paardenhouderij die is gericht op het fokken van paarden en het bieden van leefruimte aan opgroeiende paarden, eventueel in combinatie met (en daaraan ondergeschikte) trainingsfaciliteiten ten behoeve van de eigen gefokte paarden.
Gebruiksgerichte paardenhouderij:
paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden en het geven van instructie aan derden.
Manegebedrijf:
paardenhouderij die is gericht op het bieden van paardrijdmogelijkheden (inclusief instructie) aan derden, al dan niet in combinatie met stallingsruimte voor paarden van derden en al dan niet met een horecavoorziening die is gericht op het verstrekken van drank en etenswaren aan bezoekers van het manegebedrijf.
Hobbymatige paardenhouderij
een niet bedrijfsmatige paardenhouderij waar niet meer dan 5 paarden voor de hobby worden gehouden;
Bedrijfswoning:
- een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.
Paardenbak:
- een doormiddel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras dat is ingericht voor het africhten en/of trainen van paarden en/of pony’s.
Bijlage 2 Bestemmingen
Artikel A. Productiegerichte paardenhouderijen
Bestemming Agrarisch
Aan bestemmingsomschrijving toevoegen: productiegerichte paardenhouderij.
Bebouwingsmogelijkheden (bij recht én middels vrijstelling en/of wijziging) gelijkstellen aan mogelijkheden voor agrarische bedrijven.
Nieuwe productiegerichte paardenhouderijen kunnen binnen de bestemmingsregeling worden toegestaan op plaatsen waar al een agrarisch bouwvlak aanwezig is.
Bedrijfstypen: Paardenfokkerijen, hengsten- en/of merriehouderijen, paardenmelkerijen
Een binnenrijbak is toegestaan mits passend binnen de bouwregels van agrarische bedrijven.
Verder toestaan dat:
de bouw van een paardenbak op een aangrenzend woonperceel met aanwezige hobbymatige paardenhouderij, met dien verstande dat:
de afstand tussen de paardenbak en een woning van derden ten minste 30 meter bedraagt;
een open of transparante omheining wordt toegepast met een maximale hoogte van 2 meter;
de paardenbak niet is voorzien van bestrating of andere verharding;
het aantal lichtmasten bij een paardenbak van 800 m2 ten hoogste vier bedraagt;
het aantal lichtmasten bij een paardenbak van 1.200 m2 ten hoogste zes bedraagt;
de hoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 6 meter;
Om de hinder voor de omgeving te beperken in de avond- en ochtendperiode is de verlichtingstijd tussen 7.00 uur en 22.00 uur;
een goede landschappelijke inpassing is gewaarborgd, de kwaliteiten van het agrarisch landschap blijven behouden en de paardenbak niet direct grenzend aan de achterzijde van een woonperceel van derden wordt gerealiseerd.
Artikel B. Gebruiksgerichte paardenhouderij
Bestemming: Agrarisch – Paardenhouderij
Aan de bestemmingsomschrijving toevoegen: gebruiksgerichte paardenhouderijen
bedrijfstypen: africhtingsstallen, trainingsstallen, handelsstallen, stalhouderijen en pensionstalling.
Nieuwvestiging alleen conform vrijkomende agrarische bebouwing zoals opgenomen in de provinciale verordening.
Artikel C. Sport – Manege
Maneges bestemmen als Sport - Manege;
Bestemmingsomschrijving behelst voornamelijk het bouwen en gebruiken voor maneges.
Toegestaan gebruik:
Ondergeschikte detailhandel, direct voortvloeiend uit de activiteiten van de bestemming
Ondersteunende horeca, voorzover het niet meer dan 15% van de netto vloeroppervlakte van de bebouwing van de manege, met een maximum van 100 m2 betreft. Openings- en sluitingstijden van de ondersteunende horeca zijn hetzelfde als die van de manege.
Kantoor, detailhandel in ruitersportartikelen en een ondergeschikte vorm van horeca
Artikel D. Woonbestemming
Bestemming: Woonbestemming;
Aan de bestemmingsomschrijving toevoegen: ‘hobbymatige paardenhouderijen’;
In de gebruiksregels opnemen dat tot een strijdig gebruik wordt gerekend:
Het gebruiken van de gronden voor een hobbymatige paardenhouderij anders dan de voorwaarden zoals omschreven in de beleidsnotitie Paardenhouderijen. Vergunningverlening paardenbak en/of verlichting alleen als dit niet leidt tot onevenredige aantasting van:
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bouwwerken;
de verkeersveiligheid;
het bebouwingsbeeld.
En voldaan kan worden aan de genoemde voorwaarden in de beleidsnotitie.