1. Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen.

2. Deze nadere regels hebben betrekking op:

a. openbare orde en veiligheid;

b. het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering van werkzaamheden;

c. het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen;

d. ondergrondse ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden;

e. de te verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die dienen te worden verstrekt.