In artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wordt aangegeven dat een omgevingsvergunning kan worden verleend, indien een activiteit strijdig is met het bestemmingsplan of de beheersverordening, als de activiteit behoort tot de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. Deze gevallen zijn terug te vinden in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Met dit instrument kunnen burgemeester en wethouders medewerking verlenen aan het huisvesten van arbeidsmigranten in panden die volgens het bestemmingsplan zijn bestemd om te worden gebruikt door huishoudens.
Bij de afweging van de vraag of in een concreet geval ontheffing wordt verleend, maken burgemeester en wethouders gebruik van criteria. Dit ter voorkoming van (potentiële) problemen, zoals allerlei illegale praktijken, slechte woonsituaties en problemen van openbare orde.
De volgende criteria worden gehanteerd bij het maken van een afweging:
De locatie dient in de planologisch bebouwde kom te liggen, zoals aangegeven in de bouwverordening;
De huisvesting vindt plaats in een bestaand pand. Het uiterlijk van het pand mag niet wijzigen;
Er moet in de huidige situatie sprake zijn van woningen met een woonbestemming of zelfstandige woningen binnen een bestemming waar het gebruik als zelfstandige woning toegelaten wordt;
Het aantal woningen moet gelijk blijven (zie ook artikel 4.1.1. Besluit ruimtelijke ordening);
Geen toestemming wordt verleend voor de huisvesting van meer dan 2 arbeidsmigranten per woonhuis.
De huisvesting moet voldoen aan de controlepunten zoals bijgevoegd in bijlage 1;
Er dient sprake te zijn van gebruik door personen die elders hun hoofdverblijf hebben;
Personen die naar verwachting over een periode van een half jaar gezien, ten minste tweederde van de tijd in Nederland verblijf zullen houden, zijn verplicht bij de gemeente aangifte van verblijf en adres te doen;
Er mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking optreden dat dit leidt dan wel kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
Deze lijst met criteria is niet uitputtend. In gevallen waarin deze beleidsregel niet expliciet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders, waarbij zij het in deze beleidsregel vervatte beleid als leidraad hanteren voor hun beslissing.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Huisvestingsnormen in woningen binnen de bebouwde kom
Onderdeel van Beleid huisvesting arbeidsmigranten gemeente Woensdrecht