Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Verbodsbepaling en omgevingsvergunning gemeentelijk monument

Onderdeel van Erfgoedverordening Heeze-Leende 2019

1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo, een gemeentelijk monument: te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op: de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt, of inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is. 3.. De aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van de gegevens en indieningsvereisten als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Regeling omgevingsrecht. 4.. Het college kan van de aanvrager nadere gegevens verlangen, waaronder de resultaten van een bouwhistorisch, cultuurhistorisch, archeologisch en/of tuinhistorsich onderzoek, voor zover die ter beoordeling van de aanvraag nodig zijn. 5.. Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid. 6.. Het college zendt onverwijld een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor advies aan de gemeentelijke adviescommissie. Artikel 8, tweede lid, is hierop van overeenkomstige toepassing. 7.. De gemeentelijke adviescommissie brengt binnen 4 weken na ontvangst van de adviesaanvraag schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies uit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel