Zolang geen (nieuwe) activiteiten plaatsvinden, vindt slechts beheer van het grondgebied plaats. Tijdens het beheer gaan we met toezicht na of het gebruik volgens de regels plaatsvindt. Gebiedsgericht toezicht wordt toegepast met aandacht voor diverse, vastgelegde controlepunten ten aanzien van ruimtelijke ordening, bouwen, (brand)veiligheid, milieu en APV en bijzondere wetten. Afhankelijk van het type gebied en/of bestuurlijke prioriteit kan de nadruk meer of juist minder op enig rechtsgebied liggen.
De inzet hiervan draagt onder meer bij aan het realiseren van de doelstelling:
6. Afname van de overlast die burgers ervaren van hondenpoep door preventieve maatregelen en extra toezicht
8. Verlaging van de prioriteit die burgers geven aan het parkeren buiten de vakken door extra toezicht hierop
13. Behoud van het karakter van het landschap door het actief aanpakken van in het zicht liggende vervallen panden welke een aantasting vormen voor de omgeving of waar gevaarzetting dreigt
15. Toegankelijk houden van de openbare ruimte bij terrassen (doorgangen) en door uitstallingen bij winkels en horecagelegenheden
16. Afname van de overlast van het illegaal storten van afval door extra toezicht hierop
19. Behoud van het unieke karakter van het landschap door terugdringen van het aantal reclameobjecten en illegale opslag
21. Verminderen van de parkeeroverlast op piekmomenten bij Mosaqua
22. Afname van de overlast veroorzaakt door toeristisch en recreatief verkeer middels actieve samenwerking met politie
In het algemeen vindt het toezicht plaats vanaf de openbare weg en is het gericht op het voorkomen en tegengaan van excessen. Voor deze wijze van controle worden zowel bouw- als milieutechnische toezichthouders ingezet. Hoewel iedere toezichthouder van oorsprong een bepaalde specialiteit (bouw, milieu, brandveiligheid, etc.) heeft, worden zijn of haar vaardigheden tevens benut voor het toepassen van de ‘oog- en oorfunctie’ voor zaken die buiten zijn of haar specialisme liggen. Bij nader te bepalen feiten wordt een collega toezichthouder geïnformeerd, die op dat specifieke terrein vakbekwaam is. Het gaat vooral om zaken die geen vakinhoudelijke kennis verlangen. Op deze manier denken we de integrale handhaving verder te optimaliseren.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.15