Naar hoofdinhoud
Bij de opmaak van het gedoogbeleid is gebleken dat het niet mogelijk is om op een zinvolle manier allerlei specifieke en concrete (bedrijfs)situaties te gaan omschrijven, waarop het gedoogbeleid van toepassing kan zijn. Het belang is om vast te leggen langs welke lijn, op een met rechtswaarborgen omklede wijze, in, naar het oordeel van het bestuur, aanwezige situaties gedogen kan plaatsvinden. Uitgangspunt bij het gedogen is het uitzonderlijke karakter. Slechts in bepaalde gevallen mag er worden overgegaan tot gedogen. Gedogen is alleen mogelijk als wordt voldaan aan één of (bij voorkeur) meerdere van de volgende voorwaarden: De te gedogen activiteit is verantwoord uit het oogpunt van bescherming van de fysieke leefomgeving; Er bestaat uitzicht op legalisatie van de te gedogen activiteit, maar het uitzicht op legalisatie is nog niet zodanig concreet dat van handhaving kan worden afgezien (vgl. beginselplicht tot handhaving); Indien vooruitlopend op besluitvorming omtrent vergunningverlening wordt gedoogd, is een ontvankelijke vergunningaanvraag ingediend; Indien vooruitlopend op besluitvorming betreffende vergunningverlening wordt gedoogd, is een voorlopige inschatting gemaakt, waaruit blijkt dat de te gedogen activiteit vergunbaar is; Er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die gedogen in het concrete geval rechtvaardigen; situaties waarin handhavend optreden onevenredig is; De te gedogen activiteit leidt niet tot precedentwerking; situaties waarin nieuwe regelgeving in voorbereiding is en redelijkerwijs mag worden verwacht dat daarmee de overtreding op afzienbare termijn zal worden gelegaliseerd (bijvoorbeeld de overtreding strookt met een aanstaande wijziging van het Bouwbesluit). Of de hiervoor omschreven situaties in een concreet geval gedoogwaardig zijn, hangt uiteraard af van de bijzondere omstandigheden en de belangenafweging in het specifieke geval. Anderzijds kan, vanwege de noodzakelijk zorgvuldige belangenafweging per specifiek geval, niet worden uitgesloten dat in andere dan voornoemde situaties sprake is van een gedoogwaardige situatie. Is een situatie wegens onevenredigheid bestuursrechtelijk gedoogwaardig, maar is niettemin sprake van verwijtbaar gedrag, dan dient de overtreding mogelijke strafrechtelijk te worden afgedaan. In geval van overmacht zijn punt 2, 3 en 4 niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel