Naar hoofdinhoud
Het college kan een vergunning weigeren ‘ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg’. In dit hoofdstuk leggen we uit wat we daaronder verstaan. Het criterium ‘gevaar voor het verkeer op de weg’ is een zwaar wegend criterium. Als een inrit naar verwachting een negatief effect heeft op de verkeersveiligheid, kan het college een inritvergunning weigeren. Dat is in elk geval het geval in de onderstaande situaties: Op wegen met een maximumsnelheid van 50 km/h of 80 km/h, waarbij verwacht wordt dat de inrit een negatieve invloed heeft op de verkeersveiligheid als gevolg van een te groot snelheidsverschil of verhoogde kans op een onjuiste inschatting. Op een drukke weg (met meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal), of bij het moeten passeren van een druk voet- of fietspad, bijvoorbeeld langs een gebiedsontsluitingsweg of in een winkelgebied. Op een onoverzichtelijke plek, waaronder we in elk geval verstaan: op of binnen een afstand van 5 meter vanaf een rotonde, kruispunt of splitsing van wegen; in een bocht of binnen een afstand van 5 meter van een bocht; op de plaats van opstelstroken dan wel voorsorteervakken op de rijbaan; op of binnen een afstand van 5 meter van een oversteekplaats voor fietsers en/of voetgangers; binnen een afstand van 25 meter van verkeerslichten of een spoorwegovergang; bij objecten die het vrije zicht belemmeren vanaf de inrit op de openbare weg, het fietspad of het trottoir, zoals bijvoorbeeld een muur, een schutting, struiken of een bomenrij. Bij een inrit die niet haaks (onder hoek van 90 graden) aan kan sluiten op de openbare weg. Bij een inrit met een helling, bijvoorbeeld van een parkeerkelder, die zich dichter dan vijf meter van de openbare weg bevindt, waardoor een voertuig niet horizontaal kan stilstaan om de weg, het fietspad of het trottoir te overzien. Bij een inrit die smaller is dan 2,5 meter of op een plaats waar de weg zo smal is dat de inrit wegens beperkte manoeuvreerruimte met een personenauto niet direct kan worden in- of uitgereden. Bij een inrit die korter is dan 5,0 meter of smaller dan 2,5 meter waardoor een (gemiddelde) personenauto niet volledig op het perceel past. Op een plaats waar de inrit op een fiets- en/of voetpad uitkomt en waarbij dat pad moet worden gevolgd om de rijbaan voor gemotoriseerd verkeer te bereiken. Op een plaats waar verlichting of bebording is aangebracht en deze uit oogpunt van veilig gebruik van de weg niet verplaatst kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel