Het college kan een vergunning weigeren ‘indien de uitweg zonder compensatie ten koste gaat van een openbare parkeerplaats, verzamelpunt van afvalcontainers, oplaadpunt voor elektrische auto’s, bushalte of ander gebruik van de openbare ruimte’. In dit hoofdstuk leggen we uit wat we onder een ander gebruik van de openbare ruimte verstaan. Het college kan een vergunning in elk geval weigeren in de volgende situaties:
Als de weg niet meer of onvoldoende gebruikt kan worden voor het doel waarvoor hij bedoeld is, bijvoorbeeld door een inrit op een gebiedsontsluitingsweg. Een dergelijke weg heeft vanuit het verkeersbeleid primair een (door)stroomfunctie. Het ontsluiten van inritten staat haaks op deze functie, waardoor het overige wegverkeer (ernstig) geremd wordt en de doorstroming beperkt wordt.
Bij een inrit die ten koste gaat van fietsparkeervoorzieningen of parkeerplaatsen voor auto’s, waaronder ook informele openbare parkeermogelijkheden langs de kant van de weg of in de berm.
Bij een inrit die ten koste gaat van speelvoorzieningen, hondenuitlaatplaatsen, geluidwerende voorzieningen, watergangen, waterpartijen, waterbergingen en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals duikers bruggen en stuwen, openbare verlichting en nutsvoorzieningen.
Bij de aanwezigheid van een elektriciteitskast, andere voorziening of een gevestigd recht (van opstal) van derden waardoor het niet mogelijk is om een inrit te realiseren.
Artikel 3.