Het college kan een vergunning weigeren ‘in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving’. In dit hoofdstuk leggen we uit wat we daaronder verstaan. Het college kan een inritvergunning in elk geval weigeren als:
Naar het oordeel van het college met de inrit sterk afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit en de beleving van openbare ruimte van het desbetreffende gebied, of het behoud van landschappelijke en cultuurhistorische waarden of de hoofdgroenstructuur.
Op grond van het bestemmingsplan, het omgevingsplan, stedenbouwkundige randvoorwaarden, de welstandsnota, een beeldkwaliteitplan of enig ander beleidsstuk over de ruimtelijke omgeving (fysieke leefomgeving), dan wel door middel van een beschermd stads- of dorpsgezicht geconcludeerd kan worden dat een inrit, verhardingen en/of het parkeren van motorvoertuigen op de gewenste plek niet toegestaan of niet wenselijk zijn.
Artikel 6.