Naar hoofdinhoud
Het college kan een vergunning weigeren ‘indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten en de uitweg niet bijdraagt aan een toename van de verkeersveiligheid’. In dit hoofdstuk leggen we uit wat we daaronder verstaan. Het college kan een inritvergunning in elk geval weigeren als: Er sprake is van een tweede inrit naar hetzelfde perceel. Een perceel heeft maximaal één inrit, tenzij vanuit de verkeersveiligheid op de weg of vanuit een bedrijfsbelang onderbouwd kan worden dat een tweede inrit noodzakelijk is. Onder bedrijfsbelang verstaan we niet een beroep aan huis, vanwege de kleinschaligheid van de bedrijfsfunctie. Op bedrijventerreinen geldt geen beperking in het aantal inritten vanwege de aard van de omgeving en de inrichting van wegen op bedrijventerreinen. Een inrit breder is dan vier meter, tenzij dit noodzakelijk is voor het afwikkelen van (vracht)verkeer op het perceel. Een bredere inrit dan vier meter beschouwen we in andere gevallen als een dubbele inrit of een tweede inrit waarbij de weigeringsgronden onder lid a gelden. Bij percelen waarop zich 10 parkeerplaatsen of meer bevinden heeft een inrit een maximale breedte van zes meter, zodat in- en uitrijden van de inrit uit een oogpunt van verkeersveiligheid onafhankelijk van elkaar kan plaatsvinden. Als twee inritten zo dicht bij elkaar liggen dat bij de uitvoering de inritten (nagenoeg) tegen elkaar aan komen te liggen, worden deze twee inritten bij voorkeur uitgevoerd als één inrit. De breedte van een dergelijke inrit bedraagt dan maximaal zeven meter.

Rechtspraak bij dit artikel