Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Algemene bepalingen

Onderdeel van Beleidsregel tijdelijke ontheffing arbeidsverplichtingen

Elke uitkeringsgerechtigde heeft, zoals bedoeld in artikel 9 Participatiewet, de verplichting op om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, te aanvaarden en te behouden. Elke uitkeringsgerechtigde heeft, zoals bedoeld in artikel 9 Participatiewet, de verplichting gebruik te maken van door het college aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale activering, mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en mee te werken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a Participatiewet. Elke uitkeringsgerechtigde heeft, zoals bedoeld in artikel 9 Participatiewet, de verplichting om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het college, zoals bedoeld in artikel 9 Participatiewet in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van een verplichting als bedoeld in het eerste en derde lid. Ontheffing van de verplichting als bedoeld in het tweede lid is niet mogelijk. De tijdelijke ontheffing wordt verleend voor zover de dringende reden de nakoming van de verplichtingen als bedoeld in het eerste en derde lid belemmeren.

Rechtspraak bij dit artikel