Bij de beoordeling van verzoeken om af te wijken van planologische regelgeving op grond van de afwijkingsmogelijkheden als genoemd in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2 Wabo wordt het hiernavolgende toetsingskader toegepast:
de activiteit is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening;
de activiteit is niet in strijd met het van toepassing zijnde beleid. Bij strijdigheid met beleid wordt in principe géén medewerking verleend. Zijn er specifieke omstandigheden die afwijking rechtvaardigen dan geldt bij de besluitvorming een zwaardere motiveringseis, tenzij verwezen kan worden naar een beleidsontwikkeling die al op schrift is gesteld en waarvan aannemelijk is dat die als zodanig vastgesteld gaat worden;
de activiteit leidt niet tot een onevenredige aantasting van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
de verkeersveiligheid;
de sociale veiligheid;
de gebruiks- of bouwmogelijkheden van de aangrenzende percelen of (agrarische) bedrijven;
landschappelijke en/of natuurlijke waarden;
cultuurhistorische waarden;
de milieusituatie;
de activiteit is niet in strijd met de CROW-parkeernormen;
de realisatie van de nieuwe woning(en) past binnen de regionale woningbouwprogrammering.
de initiatiefnemer aantoont dat hij een omgevingsdialoog heeft gevoerd en inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze de uitkomsten daarvan in het plan verwerkt zijn.
Hoofdstuk
Artikel 3.2
Algemeen toetsingskader
Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden 2019 gemeente Cranendonck