Naast de bepalingen in artikel 3.2 van deze beleidsregels wordt bij de beoordeling van verzoeken om af te wijken van planologische regelgeving op grond van de afwijkingsmogelijkheden als genoemd in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2 Wabo juncto artikel 4, lid 1 van Bijlage II van het Bor, het hiernavolgende toetsingskader toegepast voor bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom:
Bij een woning:
indien het bijbehorende bouwwerk een uitbreiding is van het hoofdgebouw, bedraagt de maximaal toegestane bouwhoogte de hoogte van het oorspronkelijke hoofdgebouw;
indien het bijbehorende bouwwerk geen uitbreiding is van het hoofdgebouw, bedraagt de maximaal toegestane bouwhoogte 5 meter;
de totale oppervlakte van vergunningvrije dan wel vergunningplichtige bijbehorende bouwwerken bedraagt:
maximaal 150 m² bij een perceelgrootte kleiner dan of gelijk aan 1500 m²;
maximaal 10% van de perceeloppervlakte tot een maximum van 250 m2 bij percelen groter dan 1500 m²;
waarbij geldt dat de grond gelegen achter de achtergevelrooilijn voor niet meer dan 50% wordt bebouwd;
in een bestemmingsvlak ten dienste van de functie wonen.
Bij een gebouw anders dan wonen:
het bijbehorende bouwwerk is niet hoger dan het hoofdgebouw;
de grond achter de achtergevelrooilijn is niet meer dan 50% bebouwd met vergunningvrije, dan wel vergunningplichtige bijbehorende bouwwerken.
In afwijking van het bepaalde onder b: de grond achter de achtergevelrooilijn voor meer dan 50% bebouwd mag zijn met vergunningvrije, dan wel vergunningplichtige bijbehorende bouwwerken mits:
voor de planlocatie een centrumbestemming geldt;
de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om op de planlocatie tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte;
de gevraagde ontwikkeling passend is binnen het centrum;
de functionele en ruimtelijke structuur niet onevenredig wordt aangetast;
maatregelen worden getroffen ten aanzien van waterberging, klimaatadaptatie en duurzaamheid. Hierbij moet minimaal over het aangebrachte verharde oppervlak klimaatadaptatiemaatregelen worden getroffen zodanig dat een regenbui van 60 mm op eigen terrein kan worden geborgen en verwerkt.
Indien op een perceel een bedrijfswoning aanwezig is die als bijbehorend bouwwerk wordt aangemerkt, wordt de oppervlakte van de bedrijfswoning bij de toepassing van dit artikel buiten beschouwing gelaten.
Hoofdstuk
Artikel 3.3
Bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom
Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden 2019 gemeente Cranendonck