Deze verordening is mede van toepassing op de in artikel 1, lid 2, sub b. bedoelde motorische apparaten, met uitzondering van de volgende bepalingen:
artikel 2, lid 1, sub a. en b., 2, 3 en 4;
artikel 3;
artikel 4, sub d.;
artikel 9, lid 1 sub II;
artikel 11, voor zoveel betreft het tonen van registratiebewijs.