Naar hoofdinhoud
De werknemer die te goeder trouw en naar behoren een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid meldt, zal in verband daarmee geen nadelige gevolgen ondervinden voor zijn of haar rechtspositie. Onder nadelige gevolgen worden in ieder geval verstaan: het verlenen van ongevraagd ontslag; het niet verlengen van een aanstelling / arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; het niet omzetten van een aanstelling /arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in een aanstelling / arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd; de opgelegde benoeming in een andere functie; het treffen van disciplinaire maatregelen; het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of toekenning van vergoedingen; het onthouden van promotiekansen; het afwijzen van een verlofaanvraag, voor zover dit redelijkerwijs verband houdt met de door de melder gedane melding van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid. De werkgever draagt er zorg voor dat leidinggevenden en collega’s van de melder zich onthouden van iedere vorm van benadeling in verband met het te goeder trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid die het professioneel of persoonlijk functioneren van de melder belemmert. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: het pesten, negeren en uitsluiten van de melder; het maken van ongefundeerde of buitenproportionele verwijten ten aanzien van het functioneren van de melder; het feitelijk opleggen van een onderzoeks-, spreek-, werkplek- en/of contactverbod aan de melder of collega’s van de melder, op welke wijze ook geformuleerd; het intimideren van de melder door te dreigen met bepaalde maatregelen of gedragingen als hij zijn melding doorzet. Als de werkgever na het doen van een melding een voor de melder nadelige maatregel neemt motiveert hij waarom hij deze maatregel nodig acht en dat deze maatregel geen verband houdt met het te goeder trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid. Het bepaalde in lid 1, 2 en 3 van dit artikel geldt ook voor de werknemer die te goeder trouw een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid in een andere organisatie dan die van gemeente Leidschendam-Voorburg, volgens de in die organisatie geldende regels, bij die organisatie heeft gemeld. De bescherming geldt alleen als de medewerker: uit hoofde van zijn of haar functie met die andere organisatie samenwerkt of heeft samengewerkt; uit hoofde van zijn of haar functie kennis heeft verkregen van de vermoede misstand of onregelmatigheid; het vermoeden van de misstand of onregelmatigheid tijdig bij zijn of haar leidinggevende heeft gemeld; zich heeft gehouden aan de afspraken die ter zake van deze melding met hem of haar zijn gemaakt door de werkgever. De melder heeft recht op juridische bijstand wanneer hij als gevolg van het te goeder trouw melden van een vermoeden van een misstand nadelige gevolgen ondervindt in zijn rechtspositie. Dit geldt zowel tijdens als na de behandeling van deze melding bij de werkgever, een andere organisatie of een extern meldpunt. De werkgever heeft een rechtsbijstandverzekering met een module Klokkenluiders afgesloten bij VNG Verzekeringen/Centraal Beheer Achmea. De kosten van juridische bijstand worden gedekt door deze verzekering voor zover de verzekeringspolis dat toelaat. De kosten voor juridische bijstand die niet gedekt worden door de verzekering, komen voor rekening van de melder.

Rechtspraak bij dit artikel