**1..** Het college subsidieert het verschil tussen het bij “Besluit Kinderopvangtoeslag” (jaarlijks geïndexeerd) vastgestelde maximaal uurtarief en de op basis van de “VNG Adviestabel ouderbijdrage peuterspeelzaalwerk” vastgestelde inkomensafhankelijke ouderbijdrage, daar waar de ouder aantoon geen aanspraak kan maken op kinderopvangtoeslag.
**2..** Het college subsidieert een bedrag per daadwerkelijk bezette peuterplek met een maximum van regulier 6 uur per week, 40 weken per jaar en VVE 10 uur per week, 40 weken per jaar.
**3..** Naast de in lid 1 en lid 2 genoemde subsidiebedragen stelt het college een “Toeslag exclusieve peutervoorzieningen” beschikbaar aan een exclusieve peutervoorziening zoals bedoeld in artikel 1 onder h van deze nadere regels. Deze toeslag is een bedrag per daadwerkelijke bezette peuterplek met een maximum van regulier 6 uur per week, 40 weken per jaar en VVE 10 uur per week, 40 weken per jaar. De hoogte van de toeslag per uur wordt jaarlijks opgenomen in het, door de gemeenteraad vast te stellen, subsidieplafond en het subsidieprogramma. Daar waar door de jaarlijkse indexering het maximaal uurtarief wijzigt, wijzigt ook deze toeslag met een gelijk indexeringspercentage. De toeslag wordt beschikbaar gesteld voor alle peuters die daadwerkelijk gebruik maken van de exclusieve peutervoorziening. Deze toeslag is alleen bestemd voor het in stand houden van peutervoorzieningen in de kernen. De volgende peutervoorziening kunnen aanspraak maken op deze toeslag: Stichting Peuterspeelzaal Medemblik ’t Speelkasteel en Kindercentrum Berend Botje Medemblik b.v. op hun locaties in Wognum, Hauwert, Twisk, Opperdoes, Nibbixwoud, Benningbroek en Onderdijk. Andere bestaande en nieuw op te zetten peutervoorzieningen zijn uitgesloten voor deze subsidie “toeslag exclusieve peutervoorziening”.
**4..** Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode, op basis van gegevens uit de eindrapportage van de houder, door het college vastgesteld. Deze vaststelling vindt plaats op basis van het aantal werkelijk bezette peuterplekken (daaronder wordt hier begrepen het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplek (regulier en VVE), het bij “Besluit Kinderopvangtoeslag” werkelijk vastgestelde maximaal uurtarief en de totaal in rekening gebrachte inkomensafhankelijke ouderbijdrage op basis van de VNG Adviestabel inkomensafhankelijke ouderbijdrage peuterwerk) en kan een terugvordering tot gevolg hebben als de houder minder bezette peuterplekken heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd.
Artikel 7