Naar hoofdinhoud
Op grond van artikel 4 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Medemblik stelt de gemeenteraad jaarlijks het subsidieplafond en subsidieprogramma vast. De subsidieverlening voor peuterplekken geschiedt volgens een aantal verdeelcriteria. Deze zijn in volgende prioriteit; Aanvragen van houders voor locaties waarvoor deze houder in het kalenderjaar 2015 en daarvoor gemeentelijke subsidie voor peuterspeelzaalwerk heeft ontvangen en in het LRKP geregistreerd stond als “peuterspeelzaal”. Voor deze aanvragen is per organisatie een subsidie beschikbaar voor het totaal aantal peuterplekken (regulier en VVE) dat op deze locaties (vallend binnen prioriteit I) werkelijk bezet was op 1 oktober van het kalenderjaar, voorafgaand aan het jaar waar subsidie voor aangevraagd wordt. Dit aantal wordt bepaald op basis van gegevens in een tussenrapportage van de houder van de peuterspeelzaal. Het is toegestaan de werkelijke invulling van de plekken als regulier of VVE-plek in de periode oktober t/m december aan te passen aan de vraag van ouders. Dit zal worden meegenomen in de definitieve vaststelling zoals opgenomen in de berekening van artikel 14 van deze nadere regels. Aanvragen voor het aantal peuterplekken op bestaande, niet eerder gesubsidieerde voorschoolse voorzieningen. Voor deze aanvragen is per organisatie een subsidie beschikbaar voor het totaal aantal peuterplekken (regulier en VVE) dat op deze locaties (vallend binnen prioriteit II) naar verwachting bezet zal zijn op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Dit aantal wordt bepaald op basis van gegevens in een begroting van de houder van de voorschoolse voorziening. Het is toegestaan de werkelijke invulling van de plekken als regulier of VVE-plek in het subsidiejaar aan te passen aan de vraag van ouders. Dit zal worden meegenomen in de definitieve vaststelling zoals opgenomen in de berekening van artikel 14 van deze nadere regels. Aanvragen voor nieuwe peuterplekken op nieuw (na 1 januari 2016) opgerichte, niet eerder gesubsidieerde voorschoolse voorzieningen. Voor deze aanvragen is per organisatie een subsidie beschikbaar voor het totaal aantal peuterplekken (regulier en VVE) dat op deze locaties (vallend binnen prioriteit III) naar verwachting bezet zal zijn op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Dit aantal wordt bepaald op basis van gegevens in de begroting van de houder van de peuterspeelzaal. Het is toegestaan de werkelijke invulling van de plekken als regulier of VVE-plek in het subsidiejaar aan te passen aan de vraag van ouders. Dit zal worden meegenomen in de definitieve vaststelling zoals opgenomen in de berekening van artikel 14 van deze nadere regels.

Rechtspraak bij dit artikel