Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Uitgangspunten

Onderdeel van NOTITIE UITGANGSPUNTEN BUURTHUIZEN BEST oktober 2013

A. Voor verenigingsgebouwen: de gemeente blijft grondeigenaar exploitatie en beheer is en wordt geen gemeentelijke taak geen exploitatiesubsidie geen gemeentelijke bijdragen voor nieuwbouw en/of renovatie/onderhoud Ad 1. De rol van de gemeente bij de verenigingsgebouwen is van oudsher beperkt tot het verstrekken van een eenmalige bijdrage voor de realisering van de accommodatie. Voor een aantal gebouwen zijn om verschillende redenen uitzonderingen gemaakt. Vaak liggen dergelijke accommodaties op een bijzondere plek binnen de gemeente. Vanuit strategische overwegingen is het goed dat de gemeente eigenaar blijft van de ondergrond van deze gebouwen. Daar waar de gemeente geen eigenaar is worden geen inspanningen voorgesteld om deze te verwerven. Consequenties De huidige situatie blijft gehandhaafd met de volgende uitzonderingen op het geformuleerde uitgangspunt: • De ondergrond alsmede het gebouw ‘de Zessprong’ is in eigendom van de gemeente. Dit vanwege strategische overwegingen in het kader van het te ontwikkelen bestemmingsplan Aarle. • Naastenbuur maakt integraal onderdeel uit van de ontwikkelingen in het kader van ’t Tejaterke en ook hier blijft de gemeente eigenaar van de ondergrond. • De Vier Eiken aan de Oude Baan staat op grond van een particulier. Ad 2. De gemeente heeft geen bemoeienis met de exploitatie en beheer van deze gebouwen. Al jaar en dag worden deze beheerd en geëxploiteerd door buurtverenigingen. De activiteiten die plaatsvinden in de verenigingsgebouwen zijn vooral georiënteerd op buurtniveau. In hoeverre de verenigingsgebouwen een rol kunnen spelen in het aanbieden van activiteiten op het terrein van sociaal domein is nu nog niet duidelijk. De verenigingsgebouwen kennen geen goede spreiding over Best, waardoor zij met name in het buitengebeid geen logische plek zijn voor taken in het kader van het sociaal domein. Maar als gezegd, zal voor de voorzieningen die in dit kader huisvesting nodig hebben, steeds naar maatwerk worden gestreefd. Consequenties Handhaven huidige situatie met als extra aandachtspunt de ontwikkelingen in het kader van de Drank- en Horecawet en dan met name de nieuwe verordening paracommercie. Hieraan wordt in het op te stellen beleidplan nadrukkelijk aandacht geschonken. Ad 3. Buurtverenigingen ontvangen geen jaarlijks subsidie. Geconstateerd wordt dat er verschillen zijn in de diverse huurvergoedingen die in rekening worden gebracht. De huur voor verenigingsgebouw de Zessprong bijvoorbeeld is een veelvoud van de andere gebouwen. Oorzaak zit in het feit dat de gemeente zowel de ondergrond als het gebouw heeft gekocht en de huur daar is op gebaseerd. Consequenties Handhaven huidige situatie Ad 4. Het hebben van een verenigingsgebouw is één van de mogelijke middelen om ontmoeten te faciliteren, maar niet de enige. Dat kan ook op andere manieren gerealiseerd worden. Daarom gaan we ons als gemeente minder op de buurthuizen (verenigingsgebouw en gemeenschapshuis) richten om ontmoeten te faciliteren (conform het vastgestelde WMO Beleidsplan). Consequenties Inwoners en organisaties hebben zelf een verantwoordelijkheid voor het vinden van een geschikte voorziening of accommodatie, geven we in de visie aan, maar gemeente ondersteunt daar eventueel wel bij. In het op te stellen beleidsplan zullen we nagaan wat de precieze rol van de gemeente is en zal moeten zijn, mocht een verenigingsgebouw of gemeenschapshuis haar functie verliezen. Wat is de juridische positie van de gemeente, welke gemeentelijke rollen maakt die juridische positie mogelijk en wat vindt de gemeente een wenselijk rol in dergelijke situaties B. Voor gemeenschapshuizen: de gemeente blijft grondeigenaar exploitatie en beheer is geen gemeentelijke taak ombouw van exploitatiesubsidie naar activiteitensubsidie geen gemeentelijke bijdragen voor nieuwbouw en/of renovatie/onderhoud Ad 1. Deze accommodaties liggen op bijzondere plekken binnen de gemeente. Vanuit strategische overwegingen is het goed dat de gemeente eigenaar blijft van de ondergrond van deze gebouwen. Daar waar de gemeente geen eigenaar is ( Kadans en de Voeg) worden geen inspanningen voorgesteld om deze te verwerven. Wij merken op dat Kadans en de Voeg met overheidsgelden zijn gerealiseerd en in stand zijn gehouden, overigens zonder nadere voorwaarden. Consequenties De huidige situatie wordt gehandhaafd. Wel is aandacht voor de ontstane situatie rondom de Voeg. Nu dit gebouw leeg is geroosterd doet zich de vraag voor hoe een dergelijk gebouw, dat zoals vermeld met gemeenschapsgelden in stand is gehouden, “vermarkt” wordt. Ad 2. De exploitatie en beheer van Kadans en de Voeg is in handen van SWBO. Die van de Vlinderhei ligt tijdelijk bij de gemeente. SWBO ontvangt een subsidie voor het beheer . Voor de Vlinderhei zijn middelen opgenomen in de gemeentebegroting. Evenals bij de verenigingsgebouwen geldt ook voor de gemeenschapshuizen dat de exploitatie en het beheer geen gemeentelijke taak is. In verenigingsgebouwen wordt dit nu al volledig opgepakt door vrijwilligers. Maar ook in de gemeenschapshuizen wordt dit – onder bepaalde condities- buiten de deur gelegd. Dat draag bij aan de regierol van de gemeente en de gemeente als opdrachtgever in plaats van de gemeente als uitvoeringsorganisatie. Consequenties De exploitatie en beheer van de Vlinderhei wordt ondergebracht bij een derde partij. In overleg met gebruikers en betrokken partijen zal in het op te stellen beleidsplan voor buurthuizen hiervoor een voorstel worden gedaan. Het beheer van Kadans en de Voeg, dat nu feitelijk ook in handen is van een derde, wordt hierbij betrokken. In het beleidsplan wordt gekeken naar de vraag of een maatschappelijke organisatie wel als beheerstichting moet gelden. Mocht dat niet het geval zijn, dan moet in ieder geval zeker zijn dat de gemeenschapshuizen beschikbaar blijven voor de gemeente gesubsidieerde instellingen. Ad 3. De rol van de gemeenschapshuizen (Kadans, de Voeg en Vlinderhei) gaat verder. Enerzijds zijn het ontmoetingsplekken voor de bewoners in de omgeving en anderzijds worden er ruimten aangeboden aan erkende (vaak door de gemeente gesubsidieerde) organisaties. Deze organisaties beogen met hun activiteiten door de gemeente gewenste maatschappelijke effecten te bereiken. De ruimten in de gemeenschapshuizen kunnen hier dienstbaar aan zijn. Om de gemeenschapshuizen meer kostendekkend te laten zijn zal speciaal aandacht worden besteed aan de tarifering. In overleg met betrokkenen (gebruikers en beheerders) worden de afwegingen gemaakt om alleen te werken met een kostendekkend tarief en/of het hanteren van een sociaal tarief voor die gebruikers die tegemoet komen aan de beleidsdoelen van de gemeente. Hoe een sociaal tarief past in het ombouwen van een exploitatiesubsidie naar een activiteitensubsidie wordt in het plan verder uitgewerkt. Hierbij wel aandacht voor een eenduidige vorm van ondersteuning om te zorgen voor de nodige transparantie en het voorkomen van opstapeling van subsidies. Activiteitensubsidies voor versterking van de leefbaarheid, in plaats van (verborgen) exploitatiesubsidie van gebouwen en terreinen of het verzorgen van beheer(taken) hebben hierbij de voorkeur. Consequenties De omslag zal een gewenning betekenen voor de gebruikers en voor SWBO. De gebruikers zullen in hun aanvragen voor activiteitensubsidie rekening moeten houden met een tariefregiem. Ad 4 Dit zal er toe leiden dat er in de toekomst geen door gemeente betaalde specifieke verenigingsgebouwen dan wel gemeenschapshuizen meer worden gerealiseerd. De gemeente neemt geen verantwoordelijkheid voor het realiseren en/of onderhouden van gemeenschapshuizen. Consequenties Dit betekent dat voor Kadans en de Voeg geen gemeentelijke bijdragen meer worden verstrekt voor onderhoud e.d. Aangezien Vlinderhei inpandig is bij de Antoniusschool worden in het plan de mogelijke consequenties verder uitgewerkt.

Rechtspraak bij dit artikel