Naar hoofdinhoud
Geldigheidsduur De geldigheidsduur van vaste standplaatsvergunningen is maximaal drie jaar. Gelet op het feit dat sprake is van een schaarse vergunning is het verlenen van een standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd niet mogelijk. Dit biedt tevens de mogelijkheid bij opnieuw verlenen van een vergunning te boordelen of de standplaatshouder en de locatie nog voldoen aan de gestelde eisen. De geldigheidsduur van een standplaatsvergunning voor de verkoop van seizoensgebonden producten is maximaal zes weken. Een incidentele standplaatsvergunning wordt per ondernemer voor de duur van maximaal twee dagen in een kalenderjaar voor een specifieke locatie verleend. Herhaling vaste-standplaatsvergunning Een vaste standplaatsvergunning wordt in beginsel telkens verlengd met drie jaar, tenzij er sprake is van een wijziging van feiten en/of omstandigheden welke aanleiding geven de standplaatsvergunning niet te verlengen. De standplaatshouder moet daarvoor wel een verkorte aanvraag indienen, die afgehandeld wordt zoals eerder aangegeven, inclusief toepassing van het selectiestelsel. Bij gewijzigde feiten kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de omstandigheid dat een vergunninghouder zich – ondanks herhaald verzoek daartoe van de gemeente – niet of niet voortdurend aan de voorschriften van de vergunning houdt dan wel heeft gehouden. Dit geldt ook als feitelijk geen gebruik wordt gemaakt van de standplaats gedurende de volledige periode en/of op alle dagen en uren waarvoor deze is vergund zonder dat sprake is van bijzondere omstandigheden zoals ziekte, vakantie of een andere geldige reden die schriftelijk bij de gemeente is gemeld en waarvoor toestemming is verleend. Een herinrichting/herstructurering van de openbare ruimte of gebiedsontwikkeling kan ook aanleiding geven om de standplaatsvergunning niet te verlengen. Indien een zodanige situatie zich voordoet, zal de betreffende standplaatshouder hiervan tijdig op de hoogte worden gesteld. De standplaatshouder moet ten minste acht weken voor afloop van de looptijd van de vergunning schriftelijk aangeven of hij de standplaats wederom voor een nieuwe periode wil innemen. Als zich voor de komende periode geen wijzigingen voordoen dan volstaat een verkorte aanvraag van de standplaatshouder. Als sprake is van gewijzigde feiten en /of omstandigheden, zoals een nieuw verkoopmiddel, of andere dagen en/of tijden dat de standplaats zal worden ingenomen, moet de standplaatshouder een volledig ingevuld aanvraagformulier indienen. Vergunningsvoorschriften Aan de verlening van de vergunning worden diverse voorschriften verbonden. Al deze voorschriften zijn erop gericht de belangen van openbare orde, veiligheid, milieu en volksgezondheid te beschermen, alsmede de controle op een juist gebruik van de vergunning mogelijk te maken. Als standplaats een inrichting is als bedoelt in de Wet Milieubeheer geldt voor milieu de regels uit het Activiteitenbesluit. Zo worden voorschriften gesteld aan bijvoorbeeld inname standplaats, overschrijving vergunning, afwezigheid en vervanging bij ziekte en vakantie. Een overzicht van alle voorschriften die in ieder geval aan een vergunning worden verbonden staat in bijlage 2. In individuele gevallen kunnen voorschriften worden toegevoegd indien de situatie daar aanleiding voor geeft.

Rechtspraak bij dit artikel